Dossier Recht op Opvang


Aan de hand van de afgelopen jaren op onze website verschenen berichten biedt dit dossier een beknopt historisch overzicht van de juridische en politieke ontwikkelingen rond het basisrecht op voeding, kleding en onderdak. 
Dat werd eerst voor kinderen gerealiseerd in de vorm van de Gezinsopvanglocaties van het COA, en vele jaren later ook voor volwassenen, in de vorm van gemeentelijke en particuliere noodopvang-voorzieningen die bekend zijn geworden onder de noemer 'bed,bad,brood' (BBB).
Sinds het voorjaar van 2019 zijn er in vijf gemeenten pilots gestart onder de naam Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen (LVV). Ook de BBB+-voorziening die INLIA op verzoek van de gemeente Groningen beheert is op 1 april 2019 'omgeklapt' tot LVV-pilot.
 

Geen kinderen op straat – ontstaan van Gezinsopvanglocaties (GOL’s)

 

Een coalitie van NGO’s o.l.v. Defence for Children diende een klacht in bij het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR) van de Raad van Europa tegen het op straat zetten van (gezinnen met) kinderen. De klacht werd op 27 februari 2010 gegrond verklaard: Nederland schendt hiermee het Europees Sociaal Handvest (ESH): 
02-03-10  Raad van Europa: Nederland schendt Europees Sociaal Handvest

De Nederlandse overheid weigerde echter hieraan gevolg te geven. De Rechtbank Den Haag gaf op 15 april 2010 de Dienst Terugkeer & Vertrek nog toestemming een asielzoekster uit Angola met haar drie kinderen uit de Vrijheids Beperkende Locatie Ter Apel (VBL) op straat te zetten:
20-04-10  Rechtbank Den Haag negeert uitspraak ECSR : moeder met kinderen op straat

Het Gerechtshof Den Haag vernietigde in hoger beroep deze uitspraak van de Rechtbank en oordeelde dat zowel op basis van internationale verdragen zoals het ESH, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind  (IVRK) als op basis van Nederlands recht (!) kinderen niet op straat mochten worden gezet:
29-07-10  Hof Den Haag : Justitie mag geen kinderen op straat zetten

Naar aanleiding van deze uitspraken van het ECSR en het Hof richtte de Rijksoverheid Gezins-Opvanglocaties of GOL's in, speciaal voor uitgeprocedeerde gezinnen met minderjarige kinderen. Katwijk, Emmen en Gilze-Rijen behoorden tot de eerste plaatsen waar een dergelijke voorziening werd gevestigd, nog soberder van karakter dan een gewoon AZC.

Voor minister Leers waren deze uitspraken kennelijk nog niet duidelijk genoeg: hij ging toch nog 'doorprocederen' tot de allerhoogste instantie: in cassatie bij de Hoge Raad. Die bevestigde op 21 september 2012 op niet mis te verstane wijze de uitspraak van het Haagse Hof: het op straat zetten van kinderen is inhumaan en onrechtmatig:
21-09-12  Hoge Raad verwerpt cassatieberoep van de minister


Intermezzo - ACVZ-advies 'Recht op menswaardig bestaan'

De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) publiceerde op 12 maart 2012 onder de titel 'Recht op menswaardig bestaan' (link naar download pdf-bestand, 122 pag's), een advies over opvang en bijstand voor niet-rechtmatig verblijvende en niet rechthebbende vreemdelingen. De commissie constateert daarin dat er knelpunten zijn ten aanzien van de strikte toepassing van de Koppelingswet (1998), de voor een deel van de uitgeprocedeerde vreemdelingen te korte vertrektermijn, en de consequentie daarvan dat er vreemdelingen zonder voorzieningen op straat terecht komen. De ACVZ ziet 'frictie' tussen de toepassing van enerzijds nationaal beleid en anderzijds Europese en internationale verplichtingen, zoals het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM, m.n. artt. 3 en 8), het Europees Sociaal Handvest (ESH) en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK, m.n. artt. 3 en 27). Ook wijst de ACVZ op artikel 1 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie: "De menselijke waardigheid is onschendbaar. Zij moet worden geëerbiedigd en beschermd."  Kwetsbare vreemdelingen worden in hun menselijke waardigheid en vrijheid aangetast door uitsluiting van opvang en voorzieningen, aldus de ACVZ. De ACVZ rapporteert ook over een vergelijking van de Nederlandse situatie met die in Frankrijk, België en Frankrijk, alle 3 landen die geen wetgeving kennen zoals de 'Koppelingswet', waarmee in Nederland niet rechtmatig verblijvende en niet rechthebbende vreemdelingen categorisch worden uitgesloten van sociale voorzieningen.
 

Volwassenen op straat – van noodopvang naar BBB


Omdat volwassenen zonder kinderen echter nog steeds wel op straat werden gezet (na de totstandkoming van de GOL's zoals hierboven beschreven) heeft de Protestantse Kerk in Nederland, via de koepelorganisatie van Europese Kerken CEC, in januari 2013 een nieuwe klacht ingediend bij het ECSR wegens het onthouden van voeding, kleding en onderdak aan ongedocumenteerden:
08-02-13  PKN klaagt Nederland aan bij de Raad van Europa

Na een half jaar werd de klacht ontvankelijk verklaard:
17-07-13  Klacht PKN tegen de Staat door ECSR ontvankelijk verklaard

Op 25 oktober 2013 deed het ECSR een tussenuitspraak ('decision on immediate measures'), enigszins te vergelijken met een voorlopige voorziening. De Nederlandse staat moet voorzien in de basisbehoeften van uitgeprocedeerde en ongedocumenteerde vreemdelingen: onderdak, kleding en voeding, omdat ernstige, onherstelbare schade aan hun leven en lichamelijke integriteit dreigt als zij daar langer van verstoken blijven:
04-11-13  ECSR: ongedocumenteerden recht op onderdak, kleding en voeding

Het ECSR zond op 9 juli 2014 zijn uitspraak vertrouwelijk aan de Nederlandse overheid. Uit de beantwoording van Kamervragen op 17 juli 2014 werd duidelijk dat staatssecretaris Teeven niet van plan was aan de 'tussenuitspraak' op 25 oktober 2013 van het Comité gevolg te geven, en eerst de reactie van het Comité van Ministers van de Raad van Europa wilde afwachten:
31-07-14  Staatssecretaris lijkt wederom uitspraak ECSR te negeren

In november 2014 werd de uitspraak van het ECSR (die dus al maanden eerder was gedaan) eindelijk openbaar gemaakt: Nederland schendt basisrechten van ongedocumenteerde migranten en asielzoekers door hen van voeding, kleding en onderdak uit te sluiten:
10-11-14  Nederland schendt basisrecht op voedsel, kleding en onderdak

Ook nu moest er eerst weer een uitspraak van een Nederlandse rechter aan te pas komen om de ECSR-uitspraak invulling te geven: de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) kwam op 17 december 2014 met de uitspraak dat zogenaamde ‘centrum-gemeenten’ verplicht zijn bed, bad en brood te bieden: 
17-12-14  Uitspraak CRvB verplicht centrumgemeenten bed, bad en brood te bieden

De CRvB sloot daarmee aan bij de op dat moment in de gemeente Amsterdam gangbare praktijk, die dakloze asielzoekers provisorische nachtopvang, douche, ontbijt en een avondmaaltijd bood. Datzelfde werd door de CRvB nu ook opgelegd aan alle centrumgemeenten (dat zijn 43 gemeenten die zijn aangewezen om te zorgen voor de maatschappelijke opvang van Nederlandse dak- en thuislozen).

De rijksoverheid (in de persoon van staatssecretaris Teeven) was opnieuw niet van plan hieraan gevolg te geven: hij wilde wachten op een uitspraak van het Comité van Ministers van de Raad van Europa. Die werd uiteindelijk pas op 15 april 2015 gepubliceerd; zie hieronder.

Op 23 december 2014 oordeelde de Rechtbank Utrecht dat een aanbod voor opvang in een Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL) niet voldoet, omdat daaraan immers voorwaarden worden gesteld (‘meewerken aan vertrek’) :
30-12-14  Rechtbank Utrecht: staatssecretaris moet bed, bad en brood verstrekken

Ook veroordeelde de Rechtbank Utrecht de afwachtende houding van Teeven: de uitspraak van het Europees Comité voor Sociale Rechten is juridisch bindend, en daar doet een nog te verwachten politieke uitspraak van het Comité van Ministers niets meer aan af. 

Veel gemeenten in Nederland besloten nu om zelf een BBB-voorziening in het leven te roepen, en staatssecretaris Teeven kwam in januari 2015 de gemeenten toch met een financiële toezegging tegemoet:
20-01-15  Gemeenten krijgen toch vergoeding voor opvang dakloze vreemdelingen

De BBB+ in Groningen ging in maart 2015 van start in het voormalige Formule 1 Hotel, en kwam meteen al onder politieke druk vanuit Den Haag te staan, waar het kabinet 9 dagen en nachten onderhandelde over een ‘bed-bad-brood’ akkoord dat alleen maar een oplossing voor ‘politiek Den Haag’ bood maar niet veel met de lokale realiteit van doen had: 
30-04-15  Bed-bad-brood discussie : Haagse wenselijkheid vs lokale realiteit
en
01-05-15  Bed-bad-brood voorziening in Groningen blijft open

Uiteindelijk werd pas op 15 april 2015 de langverwachte resolutie van het Comité van Ministers van de Raad van Europa gepubliceerd: 
16-04-15 Resolutie Comité van Ministers bekendgemaakt
De in vage bewoordingen gestelde resolutie zorgde voor veel verwarring, maar deze politieke aanbeveling van de ministers doet niets af aan de geldigheid van het eerdere, juridische oordeel van de ECSR van 10 november 2014.

Een jaar later kwam de juridische verplichting voor gemeenten weer te vervallen door een merkwaardige, gezamenlijke uitspraak van de Raad van State en de CRvB (26 nov 2015) :
26-11-15  Uitspraken 'bed-bad-brood' opvang werpen ons terug in de tijd

Daarvoor in de plaats kwam een nieuwe, rechtstreeks bindende uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (28 juli 2016). Het Hof stelde op grond van art 3 EVRM vast dat de overheid ervoor moet zorgen dat ongedocumenteerde migranten niet in een situatie van extreme armoede belanden, iets wat nu juist door gemeentelijke BBB-voorzieningen kan worden voorkomen:
03-08-16  Europees Hof: 'Bed-bad-brood' voorkomt extreme armoede

De onderhandelingen tussen Rijk en gemeenten over een landelijke bed,bad,brood-regeling werden in november 2016 na ruim anderhalf jaar eenzijdig door staatssecretaris Dijkhoff afgebroken en de rijksfinanciering werd stopgezet: 
22-11-16  Onderhandelingen 'bed-bad-brood'-opvang afgebroken
Dijkhoff gaf als reden de weigering van een aantal gemeenten om hun eigen opvang te sluiten, wat ondermijnend zou werken op de effectieve terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers.

Het standpunt van de regering, dat het bieden van BBB-voorzieningen mensen valse hoop geeft op een legaal verblijf en dat daarom het beëindigen van opvang nodig is om afgewezen asielzoekers te dwingen terug te keren naar hun land van herkomst, werd onderzocht in opdracht van Amnesty International en het Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt (LOS). Hun rapport, uitgebracht in mei 2017 onder de titel ‘Valse hoop of bittere noodzaak’, liet geen spaan heel van deze argumentatie van het Rijk: 
09-06-17  'Bed-bad-brood' is bittere noodzaak

Het VN Comité inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (CESCR) vroeg in haar rapport (juni 2017) over de naleving van het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR, de ‘VN-tegenhanger’ van het Europees Sociaal Handvest) aandacht voor bed, bad en brood voor ongedocumenteerden. De overheid mag niet de voorwaarde stellen mee te werken aan terugkeer naar het land van herkomst om toegang te krijgen tot voeding, water en opvang; het minimale niveau van rechten in het Verdrag moet voor iedereen worden gegarandeerd:
28-06-17  Nederland schendt VN-verdrag Economische Sociale en Culturele Rechten

Uit enkele uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat het, ondanks de uitspraken van het ECSR, het EHRM en het VN-Comité CESCR, nog steeds vóórkomt dat de DT&V ten onrechte opvang in de VBL weigert te verstrekken, met name aan asielzoekers met psychische klachten:
28-07-17  DT&V weigert ten onrechte opvang in de VBL

Van BBB naar LVV


In het regeerakkoord van het nieuwe kabinet Rutte III (oktober 2017) kwam ook een passage over BBB voor: er komen 8 Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen (LVV's) onder toezicht van de DT&V en in samenwerking met gemeenten; opvang is slechts voor een ‘beperkte periode’, en het Rijk gaat ook weer (mee-)betalen:
12-10-17  INLIA ziet kansen in 'bed-bad-brood'-passage regeerakkoord

Over de uitwerking van dit akkoord gingen het ministerie van Justitie & Veiligheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten weer onderhandelen. Om zich te oriënteren op de werkwijzen en methodieken van de diverse gemeentelijke BBB-initiatieven die zouden moeten opgaan in de toekomstige LVV’s ging de nieuw-aangetreden staatssecretaris Mark Harbers op werkbezoek het land in, en zo kwam hij op 7 februari 2018 ook naar de de BBB+ van INLIA in Groningen:
08-02-18 Staatssecretaris Harbers op werkbezoek bij INLIA

Het zogenaamde ‘Groninger model’ kan goede resultaten laten zien; uit een onderzoek dat in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie & Veiligheid door ProFacto is uitgevoerd blijkt dat juist de keuze voor 24-uurs opvang en begeleiding zorgt voor een stabiele, veilige leefsituatie en een goede mentale en fysieke gezondheid van vreemdelingen. Deze vorm van opvang biedt daarmee ook de beste kansen op het (door de Rijksoverheid beoogde) vertrek van vreemdelingen:
Pro Facto: 24-uurs bed-bad-brood-opvang met begeleiding biedt de beste kansen op het vertrek van vreemdelingen (11 juni 2018)

Op 29 november 2018 tekenden de staatssecretaris en de VNG een 'samenwerkingsafspraak' over de BBB. Op basis van lokale convenanten met het rijk begonnen per 1 april 2019 in vijf gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven en Groningen) pilots als Landelijke Vreemdelingen Voorziening. De kosten van de LVV worden gedragen door het Rijk; daarvoor is de komende drie jaar in totaal € 59 mln uitgetrokken. Voor Groningen heeft het rijk tot eind 2021 ruim € 11,5 mln beschikbaar gesteld. Naar verwachting kunnen de pilots ook rekenen op enige Europese subsidie uit het Asiel, Migratie en Integratie Fonds (AMIF). 

De leden van de gemeenteraad van Groningen werden tijdens hun vergadering van 3 juli 2019 door de gasten van de BBB-opvang getrakteerd op zelfgemaakte lekkernijen. Daarmee wilden ze raad en college bedanken voor de onafgebroken steun in de afgelopen jaren, waardoor ze niet op straat waren beland:
03-07-19  Groningen: bedankt!
Ten behoeve van het college en de gemeenteraad van Groningen werd deze rapportage over vier jaar BBB+ gemaakt.

Ook gemeenten met BBB’s die (nog) geen LVV worden krijgen geld van het Rijk: met terugwerkende kracht stelt het ministerie voor 2018 € 12 mln beschikbaar; voor de jaren 2019-2021 is dat totaal € 9,3 mln. Verwacht wordt dat geleidelijk steeds meer gemeentelijke BBB-voorzieningen zullen sluiten, naarmate de LVV’s verder worden uitgerold over het land. Als de pilot met vijf locaties succesvol verloopt is het de bedoeling dat er wordt uitgebreid naar acht locaties. Na vijf jaar zou er dan een landelijk dekkend netwerk moeten zijn.

De gemeente Emmen, waar de samenwerkende lokale kerken al in 1999 de Stichting Op 't Stee hadden opgericht om hulp aan dakloze asielzoekers te bieden, vroeg INLIA om per 1 oktober 2018 de uitvoering van de steeds omvangrijker geworden bed,bad,brood-opvang in Emmen over te nemen:
06-09-18  INLIA biedt nu ook in Emmen BBB+
Sinds die datum werken beroepskrachten van INLIA samen met vrijwilligers van Op 't Stee aan opvang, begeleiding en perspectiefontwikkeling van de gasten in de BBB+ Emmen:
21-10-19  BBB+ in Emmen: de 'jonge meiden' doen het goed

In de BBB+ in Groningen, die per 1 april 2019 een van de vijf pilots van de Landelijke Vreemdelingen Voorziening is geworden, werken de gemeente, diverse rijksdiensten en INLIA samen op basis van een 'uitvoeringsplan', dat in oktober 2019 door de gemeenteraad van Groningen werd geaccordeerd:
31-10-19  Van Groninger opvangmodel BBB+ naar landelijke pilot LVV

Startpunt van de Groninger pilot is de methodiek van 24-uurs opvang en begeleiding, gericht op het ontwikkelen van een realistisch, bestendig perspectief, die INLIA in de afgelopen jaren steeds verder heeft ontwikkeld. Het is de bedoeling deze werkwijze de komende jaren waar mogelijk nog verder te verbeteren.
Elk van de vijf pilots heeft ook een opdracht tot specialisatie in een bepaalde richting. In Groningen zullen we ons daarom specifiek richten op dakloze vreemdelingen met ernstige medische, m.n. psychiatrische aandoeningen en/of verslavingsproblematiek, die nu ook al een belangrijk deel van onze doelgroep vormen. 
Daarnaast zal worden gewerkt aan een regionale aanpak voor heel Noord-Nederland om te zorgen dat de methodische aanpak van de LVV in Groningen ook naar andere locaties in het Noorden kan worden 'uitgerold'.

Toen in 2017 de capaciteit van de Groningse BBB+ werd uitgebreid met de komst van de slaapboot 'Amanpuri' was niet voorzien dat deze extra voorziening zo langdurig nodig zou blijven. Maar omdat een schip regelmatig periodiek onderhoud behoeft kwam de 'Amanpuri' in november 2019 weer in beweging: voor een week naar het droogdok in Delfzijl. De eigenaar stelde aan de gasten tijdelijk een andere boot ter beschikking:
11-11-19  Slaapboot 'Amanpuri' voor onderhoud naar het dok

Het online magazine 'VreemdelingenVisie' van de IND besteedde in de editie van december 2019 (nr 22) aandacht aan de pilot Landelijke Vreemdelingen Voorziening, waaraan sinds 1 april vijf gemeenten meedoen: "Voorop staat het zoeken naar bestendige oplossingen voor vreemdelingen die anders in de illegaliteit verdwijnen: is het niet in Nederland, dan daarbuiten. Hoe ziet dat eruit? Een verslag uit pilotgemeente Groningen."
Lees het hele artikel:
De LVV-pilot: gezamenlijk zoeken naar oplossingen  (download pdf-bestand, 4 pag's)

In verband met de uitbraak van het corona-virus sloten op maandag 16 maart 2020 het Aanmeldcentrum Ter Apel en alle AZC's in het land de poorten voor nieuwkomers. Aan het eind van die week opende in de Willem Lodewijk van Nassau kazerne in Zoutkamp een 'noodonderdak'-voorziening voor nieuwe asielzoekers.  Zij moesten zich nog steeds eerst melden in Ter Apel en werden na een beperkte registratie en medische screening naar Zoutkamp overgebracht:
23-03-20  Noodonderdak voor asielzoekers in kazerne bij Zoutkamp

Om te kunnen voldoen aan de corona-richtlijnen van het RIVM en de GGD met betrekking tot het voldoende afstand houden en het delen van voorzieningen heeft de gemeente Groningen voor de LVV begin april tijdelijk een tweede slaapboot gehuurd. Met deze extra capaciteit werd het mogelijk de gasten in de LVV beter te spreiden en ze een eigen kamer in het Formule 1 hotel of een eigen hut op één van de beide boten te bieden:
02-04-20  Tijdelijke extra slaapboot vanwege corona-virus

De gemeente Groningen is tevreden over het eerste jaar van de proef met de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV). Er zijn goede resultaten geboekt, schrijft het gemeentebestuur in een brief aan de raad:
17-04-20  Gemeente Groningen: succesvol eerste jaar LVV

Dagblad Trouw publiceerde op 14 mei 2020 een artikel over dik een jaar ‘samenwerking tussen organisaties die voorheen moeizaam door één deur gingen’. Aan het woord komt o.a. projectleider Roelien Haasken van de gemeente: “Het mooie van Groningen is dat we hier aan tafel zitten met mensen die allemaal over de schutting willen kijken”. “Ik denk dat wij van de gemeenten het ministerie ervan overtuigd hebben dat de LVV niet alleen een terugkeerinstituut kan zijn.” aldus beleidsadviseur Geert de Jong. Directeur van INLIA John van Tilborg is positief over de samenwerking: “Ik geloof hier heilig in. (…) We kunnen veel sneller informatie uitwisselen”. Lees hier het volledige artikel.

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie & Veiligheid (WODC) voerde op verzoek van staatssecretaris mw Broekers-Knol in de periode mei 2019 - april 2020 een plan- en procesevaluatie uit. "Doelstelling van dit onderzoek was om de organisatie en resultaten van de vijf pilot-LVV's inzichtelijk te maken en waar mogelijk te voorzien van tussentijdse kwantitatieve bevindingen", zo schrijft de staatssecretaris in een begeleidende brief op 1 juli 2020 aan de Tweede Kamer. Het onderzoek werd in opdracht van het WODC uitgevoerd door Regioplan. Kort na het zomerreces zou de Kamer een gezamenlijke beleidsreactie van het ministerie en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (als gezamenlijke opdrachtgevers) tegemoet kunnen zien.  
Lees verder:
de aanbiedingsbrief d.d. 1 juli 2020 (download pdf-bestand, 2 pag's)
de samenvatting van het rapport d.d. 5 juni 2020 (download pdf-bestand, 8 pag's)
de volledige tekst van het rapport, Regioplan publicatienummer 19041 (link naar de website van Regioplan; het eindrapport telt 114 pag's)
03-07-2020  WODC-rapport 'plan- en procesevaluatie LVV' gepresenteerd 

Staatssecretaris Broekers-Knol heeft op 17 november 2020 aan de Tweede Kamer haar beleidsreactie gestuurd op de bevindingen van het bovengenoemde WODC-rapport. In de brief (met kenmerk nr 3020406) gaat ze ook in op de vragen over de voortgang van de pilot-LVV's, die de Kamerleden Van Toorenburg (CDA) en Becker (VVD) middels een motie d.d. 21 november 2019 hadden gesteld.
De staatssecretaris informeerde de Tweede Kamer ook over het overleg dat zij op 4 november 2020 heeft gehad met de wethouders van de vijf bij de pilots betrokken gemeenten en de burgemeester van Tilburg als VNG-bestuurder. Ook die brief (met kenmerk nr 3090253) is gedateerd 17 november 2020.

De stichtingen INLIA Groningen en INLIA Projecten realiseerden in 2019 in totaal meer dan tweehonderdduizend overnachtingen, zo bleek uit het Jaarbericht 2019. Ruim 127.000 daarvan betroffen de opvang van dakloze asielzoekers in het verband van de LVV Groningen en de BBB Emmen en de opvang van statushouders in de TussenVoorziening in Eelde. Daarnaast werden zo'n 80.000 overnachtingen bij andere uitvoerders gerealiseerd:
17-11-2020  INLIA Stichtingen drukker dan ooit

Na de 'plan- en procesevaluatie' van de LVV volgde een 'tussenevaluatie'. Deze werd uitgevoerd door het Verwey Jonker Instituut op verzoek van het WODC. Op 5 maart 2021 werd de Tussenevaluatie pilot Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen door staatssecretaris Broekers-Knol aan de Tweede Kamer gezonden. Tegelijkertijd verscheen ook een samenvatting. Evenals bij de plan- en procesevaluatie volgt er nog een gezamenlijke reactie van het ministerie en de VNG.
Lees verder:
de aanbiedingsbrief d.d. 5 maart 2021
het volledige rapport (127 pag's,  1,5 MB)
de samenvatting (11 pag's)
het bericht op de website van het Verwey-Jonker Instituut d.d. 5 maart 2021

Net als na de 'plan- en procesevaluatie' heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nu een beleidsreactie op de 'Tussenevaluatie' gepubliceerd. De Tweede Kamer ontving haar brief gedateerd op 28 juni 2021; vanwege de demissionaire status van het kabinet heeft de Tweede Kamer de brief controversieel verklaard.
In dezelfde brief maakt de staatssecretaris ook bekend dat ze, na overleg met de betrokken bestuurders (van de 5 aan de pilot deelnemende gemeenten en de VNG) heeft besloten de zgn. ontwikkelfase te verlengen tot eind 2021 en de convenanten met de gemeenten, inclusief de rijks-financiering, met drie maanden te verlengen tot 1 juli 2022. Dat geeft een volgend kabinet "de ruimte voor zorgvuldige afweging en besluitvorming" met betrekking tot het ontwikkelen van de LVV's tot een landelijk dekkend netwerk.
Lees de brief van 28 juni 2021.
01-07-21  LVV-pilot met drie maanden verlengd