29 juli 2010

Hof Den Haag: Justitie mag geen kinderen op straat zetten

Hof Den Haag: Justitie mag geen kinderen op straat zetten
Op 27 juli heeft het Gerechtshof te Den Haag bepaald dat Justitie geen kinderen vanuit de Vrijheidsbeperkende locatie (VBL) in Ter Apel op straat mag zetten zolang niet adequaat in de dagelijkse verzorging, opvoeding, huisvesting, medische zorg en scholing van de kinderen is voorzien. Dit is de uitkomst van het hoger beroep tegen de uitspraak van rechtbank Den Haag (zie ons artikel van 20 april 2010 hierover). De rechtbank Den Haag vond eerder nog dat Justitie niet onrechtmatig zou handelen door de betreffende asielzoekster en haar kinderen op straat te zetten vanuit het VBL in Ter Apel. Het Hof zet hier nu een streep door.

Het Hof geeft aan dat Justitie op zich niet onrechtmatig zou handelen tegenover de moeder, maar wel tegenover de minderjarige kinderen door hen op straat te zetten. Zowel op basis van internationale verdragen zoals het Europees Sociaal Handvest, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind, als het interne Nederlands recht, rust de verplichting op Justitie om de bescherming van kinderen aan zich te trekken. Dit betekent in concreto dat Justitie in deze zaak dient aan te geven hoe zij de kinderen in de toekomst denkt te zullen voorzien.

 

Met deze uitspraak is duidelijk geworden dat Justitie niet langer kinderen van asielzoekers op straat mag zetten. Reeds eerder oordeelden het Europese Comité voor Sociale Rechten, het Comité van Ministers van de Raad van Europa alsmede de rechtbanken Utrecht, Zutphen en Leeuwarden dat kinderen recht hebben op opvang.

Tot nu toe trok de minister zich niets aan van bovengenoemde uitspraken. De minister stelde eerder nog dat de rechtspraak niet eenduidig was omdat er één enkele rechtbank (rechtbank Den Haag) anders had geoordeeld dan de overige rechtbanken. Met deze uitspraak van het Gerechtshof Den Haag kan de minister deze reden echter niet meer aanvoeren. Je kunt nu stellen dat er sprake is van vaste jurisprudentie waaruit blijkt dat de overheid dient te voorzien in de opvang van kinderen.

 

Al sinds de inwerkingtreding van de nieuwe vreemdelingenwet per 1 april 2001 vormt het op straat zetten van asielzoekers echter de kern van het terugkeerbeleid. Met de komst van de nieuwe vreemdelingenwet werd het een standaardpraktijk om asielzoekers (en hun kinderen) na afloop van de asielprocedure op straat te zetten. Ook indien men op reguliere gronden verblijf heeft aangevraagd en men aldus rechtmatig in Nederland verblijft, wordt men desondanks op straat gezet. Deze asielzoekers mogen daarnaast niet werken noch kunnen zij zich verzekeren tegen ziektekosten. Sinds 1 januari van dit jaar hebben asielzoekers met een medische procedure bij uitzondering wel weer recht op opvang. Tenslotte worden ook asielzoekers, die actief meewerken aan terugkeer, maar waarvan de ambassade van het land van herkomst niet meewerkt aan het afgeven van reisdocumenten, vaak op straat gezet. De minister geeft weliswaar aan dat hiervoor het buiten schuld - criterium geldt, maar de bewijslast hiervoor is dermate hoog dat bijna niemand hieraan kan voldoen. Het gevolg hiervan is dat ook deze groep asielzoekers vaak op straat word gezet.

Klik hier voor de gehele uitspraak.