Rechtbank Roermond stelt vraag aan EU-Hof over humanitaire situatie Syrië
Een Syrische asielzoeker heeft de afwijzing door de IND van zijn op 16 maart 2023 ingediende asielaanvraag voorgelegd aan de Rechtbank Roermond. Hij stelt dat het algehele geweld en de daaruit voortvloeiende humanitaire omstandigheden en onveiligheid in Syrië levensbedreigend zijn voor hem, en dat hij daarom op grond van artikel 15c van de EU-Kwalificatierichtlijn (2011/95) in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming.
De IND stelt zich op het standpunt dat alléén humanitaire omstandigheden die het gevolg zijn van willekeurig geweld gepleegd door actoren die deelnemen aan het thans gaande gewapende conflict betrokken mogen worden bij de beoordeling. Omdat het regime van voormalig president Assad op 8 december 2024 is gevallen, kunnen humanitaire omstandigheden die vóór de val van het regime zijn ontstaan buiten beschouwing worden gelaten en komt betrokkene dus niet in aanmerking voor subsidiaire bescherming, aldus de IND.
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 16 juli 2025 in twee procedures over de situatie in Jemen al geoordeeld dat humanitaire omstandigheden die direct of indirect voorvloeien uit handelen of nalaten van een actor van ernstige schade die partij is bij een gewapend conflict als relevante omstandigheden bij deze ‘15c’ -beoordeling moeten worden betrokken.
De Rechtbank Roermond vraagt zich in deze zaak af of de uitleg die de IND thans geeft aan de humanitaire omstandigheden die een rol spelen bij de beoordeling of een asielzoeker in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming, niet te strikt is. Uit landeninformatie kan namelijk niet worden afgeleid welke actoren in het gewapende conflict op welk moment welke humanitaire omstandigheden hebben veroorzaakt en het is voor een asielzoeker onmogelijk om dit te bewijzen. Om deze reden stelt de rechtbank dan ook de volgende prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de EU:
“Dienen humanitaire omstandigheden die kunnen bijdragen aan een ernstige en individuele bedreiging van het leven van een burger of persoon en die een gevolg zijn van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict, bij het bepalen van het niveau van willekeurig geweld zoals bedoeld in artikel 15c van richtlijn 2011/95 in aanmerking te worden genomen? Zo ja, welke mate van causaal verband is vereist tussen het willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict en deze humanitaire omstandigheden?”
Het antwoord op deze prejudiciële vraag zal ook van groot belang zijn voor de beoordeling van asielaanvragen van andere Syriërs. Sinds minister Van Weel van Asiel en Migratie in een brief aan de Tweede Kamer op 10 juni 2025 het landenbeleid Syrië wijzigde, wijst de IND veel aanvragen van Syrische asielzoekers af.
Meer informatie:
De verwijzingsuitspraak van Rechtbank Roermond d.d. 29 december 2025 met zaaknr NL24.31749 (ECLI:NL:RBDHA:2025:25445) (download pdf-bestand, 31 pagina's)
De brief 'Landenbeleid Syrië' van de minister van Asiel en Migratie aan de Tweede Kamer d.d. 10 juni 2025 (download pdf-bestand, 3 pagina's)
De Rechtbank Roermond deed in deze zaak al twee keer eerder een tussenuitspraak, zie:
18-08-25 Rechtbank Roermond: het is niet veilig in Syrië
en
10-06-25 Ambtsbericht Syrië na Woo-verzoek openbaar gemaakt
Over de uitspraak van de Raad van State inzake Jemen zie:
17-07-25 Raad van State: minister moet situatie in Jemen opnieuw beoordelen
Lees ook:
09-12-24 Besluit- en vertrekmoratorium Syrië ingesteld