03 oktober 2013

Kinderpardon voor slechts 620 kinderen

Kinderpardon voor slechts 620 kinderen
Wime uit Angola mag voorlopig blijven. Staatssecretaris Teeven heeft aan de Kamer geschreven dat 620 kinderen een verblijfsvergunning in het kader van de ‘regeling langdurig verblijvende kinderen’ hebben gekregen. Meer dan de helft van de ingediende aanvragen is afgewezen; er lopen nog 1.300 bezwaarzaken. 

Er zijn ruim 3.200 aanvragen ingediend, waarvan 1.310 zijn ingewilligd; naast de 620 kinderen krijgen ook 690 gezinsleden een vergunning. In 120 zaken was op 1 september jl. nog geen beslissing genomen en 1.800 aanvragen zijn afgewezen. De belangrijkste afwijzingsgronden zijn dat niet wordt voldaan aan de minimale verblijfstermijn (tenminste 5 jaar voor het 18e levensjaar in Nederland), dat er nooit een asielaanvraag is ingediend, dat men langer dan drie maanden ‘uit beeld van de Rijksoverheid’ is geweest of dat men niet aan de leeftijdsvoorwaarde voldoet (dus ouder dan 13 jaar bij binnenkomst of al ouder dan 21 jaar op de ingangsdatum van de overgangsregeling).

Deze cijfers werpen een schril licht op de uitspraken van de staatssecretaris in het kamerdebat over het kinderpardon op 12 maart 2013, toen hij beloofde de regeling “loyaal en zonder te beknibbelen op de uitvoering” uit te voeren, “in de geest van wat Partij van de Arbeid en VVD in het regeerakkoord hebben afgesproken en de bedoeling die de PvdA heeft met deze wet”.

Als gevolg van de strikt formele toepassing van de voorwaarden vallen veel kinderen buiten de boot. Zo zijn er voorbeelden van kinderen die jarenlang stonden ingeschreven in de Gemeentelijke Basis Administratie en gewoon naar school gingen, maar nu worden afgewezen omdat ze ‘langer dan drie maanden niet onder toezicht van de rijksoverheid’ waren geweest…
Ook het uitsluiten van kinderen waarvan de ouders geen asielaanvraag maar een reguliere aanvraag voor een verblijfsvergunning hebben gedaan is onterecht: deze kinderen kunnen door hun jarenlang verblijf in Nederland evengoed geworteld zijn geraakt en zullen door een uitzetting evenzeer beschadigd raken als ‘asielkinderen’. Dit is een schending van het anti-discriminatiebeginsel (art 2 van het IVRK) en in strijd met het principe dat kinderen niet verantwoordelijk mogen worden gehouden voor het handelen van hun ouders. Dezelfde onrechtvaardigheid doet zich voor bij kinderen van ouders die door de IND worden verdacht van oorlogsmisdaden (art. 1-F van het Vluchtelingenverdrag), wat ook geldt als contra-indicatie bij deze regeling.

Volgens het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind vormen de belangen van het kind de eerste overweging bij alle maatregelen die kinderen betreffen (art. 3 lid 1). Hier is ook onlangs nog weer op gewezen door de mensenrechten-commissaris van de Raad van Europa, dhr Nils Muižnieks: “State authorities must never forget that migrant children, including those who are asylum seekers, are first of all children. Children’s rights must always have priority and all actions should be based on the best interest of the child. In other words: immigration control should never override the UN Convention on the Rights of the Child”.

Voor een specifiek ‘schrijnend geval’ is woensdag jl. gedemonstreerd in Den Haag door o.a. Defence for Children. Het gaat om de alleenstaande minderjarige asielzoeker Wime Dumingos uit Angola, die in oktober 2001 op 10-jarige leeftijd naar Nederland kwam – een half jaar te laat voor het Generaal Pardon uit 2007 - en die nu net een half jaar te oud is voor het kinderpardon. Hij is volkomen geïntegreerd in Nederland en heeft in Angola geen ouders, familie of ander vangnet. Desalniettemin is hij op 4 september, toen hij op het politiebureau kwam ‘stempelen’, in vreemdelingenbewaring vastgezet in het Detentiecentrum Rotterdam in afwachting van zijn uitzetting naar Angola, die voor vrijdag 4 oktober stond gepland. Op dezelfde woensdag kwam het bericht dat de staatssecretaris zich niet langer verzette tegen het verblijf van Wime in Nederland gedurende de behandeling van zijn bezwaarschrift; daarop heeft de Rechtbank Roermond de voorlopige voorziening toegewezen en is Wime per direct vrijgelaten uit het detentiecentrum.

Op donderdag 3 oktober spreekt de vaste kamercommissie voor Veiligheid en Justitie met staatssecretaris Teeven. De ChristenUnie en GroenLinks hebben al aangekondigd met moties te willen komen om de uitvoering van het ‘kinderpardon’ alsnog te versoepelen.

Vermeldenswaard is ten slotte nog de brief die het College van B&W van de Limburgse gemeente Meerssen, waar Wime woont, heeft geschreven aan de staatssecretaris. VVD-burgemeester Hans Schmidt vraagt daarin aan zijn partijgenoot Fred Teeven om de detentie van Wime Dumingos op te heffen en hem een verblijfsvergunning te geven. De gemeente vindt het “louter toepassen van het leeftijdscriterium onbillijk” en vraagt zich af of de uitzetting van Wime, die volkomen vernederlandst is en geen toekomst in Angola heeft “wel getuigt van een humaan vreemdelingenbeleid”.


Meer informatie:
De brief van staatssecretaris Teeven d.d. 27 sept 2013 aan de Tweede Kamer (begeleidende brief bij de Rapportage Vreemdelingenketen)
Persbericht van de Commissaris voor de Mensenrechten van de Raad van Europa, Straatsburg, d.d. 19 sept 2013
Persbericht '620 kinderen gered met kinderpardon maar ruim de helft afgewezen' d.d.  27 sept 2013 op de site van Defence for Children International
Bericht 'Wime is vrij' d.d. 2 okt 2013 op de site van DCI
Persbericht van de Gemeente Meerssen d.d. 19 sept 2013

Aanvullende informatie:
De Tweede Kamer heeft op 17 oktober de moties verworpen die waren ingediend door GroenLinks en de SP om de regels voor het kinderpardon te versoepelen.

Lees ook:
30-07-13  Rechtbank Amsterdam: aanvraag ‘kinderpardon’ ook toetsen aan schrijnendheid
07-01-13  Staatssecretaris maakt regeling ‘kinderpardon’ bekend
10-12-12  Vreugde en zorgen over kinderpardon