De prijs voor Haags wanbeleid wordt betaald door mensen op de vlucht
Een dwangsom is geen ‘cadeautje’ of verdienmodel. Het is het allerlaatste instrument van de rechter om een trage, falende overheid te dwingen zich aan haar eigen wetten te houden. Dit schrappen omdat het de schatkist te veel geld kost, is de wereld op zijn kop. Het lost de administratieve chaos bij de IND niet op en verkort wachttijden met geen enkele dag. Het zorgt er alleen voor dat de overheid haar verplichtingen niet hoeft na te komen. Als de overheid zichzelf niet meer aan de wet hoeft te houden zodra het moeilijk wordt, welk fundament van de rechtsstaat blijft er dan nog over?
Meten met twee maten
Het is bovendien meten met twee maten. Als een advocaat van een asielzoeker een reactietermijn van 24 uur overschrijdt is zijn cliënt direct rechteloos: onherroepelijk uitgeprocedeerd, zonder enige mogelijkheid tot beroep. Maar als de overheid de wettelijke beslistermijn van zes maanden met twee jaar overschrijdt, staat daar straks geen enkele consequentie meer tegenover.
Bewust tegen het Europees recht in
‘Den Haag’ weet dat dit besluit juridisch niet klopt. Al twee keer eerder, in juli en november 2022, oordeelde de Raad van State dat het afschaffen van de rechterlijke dwangsom in strijd is met artikel 47 van het Handvest van de Grondrechten van de EU: het recht op een doeltreffende voorziening. Toch heeft nu ook de Eerste Kamer ermee ingestemd. Met deze wet zet de politiek de rechterlijke macht klem. De rechter kan immers niet anders dan de wet toetsen aan het Europees recht, waarna politici opnieuw zullen roepen dat de rechtspraak het beleid frustreert. Zo draait de rechter op voor het tekortschieten van de overheid.
Een ongekende menselijke tragedie
Ondertussen speelt zich een ongekende menselijke tragedie af. Sinds de invoering van het nieuwe EU Asiel- en Migratiepact gebruikt de IND driekwart van haar capaciteit voor nieuwe aanvragen. De tienduizenden mensen die nu al jarenlang wachten in overvolle opvangcentra worden simpelweg opgeofferd. Uit recent onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt dat het wegwerken van deze eerdere aanvragen nog minstens vijf jaar duurt: zij krijgen waarschijnlijk pas in 2031 duidelijkheid over hun toekomst. Precies van deze vergeten groep wordt nu ook de laatste juridische noodrem afgepakt.
Voor ons is en blijft de maatstaf helder: rechtsbescherming mag nooit het wisselgeld zijn van politieke onwil of bestuurlijke onmacht. Met deze stap laat de wetgever zien dat de regels gelden voor iedereen, behalve voor de overheid zelf. Een staat die haar eigen falen afdekt door de rechten van wachtende mensen in te perken, beschermt niet de burger, maar enkel zichzelf.
Meer informatie:
Het bericht 'Asielzoeker mocht mogelijkheid niet worden ontnomen om beroep in te stellen tegen trage besluitvorming' van de Raad van State d.d. 6 juli 2022 over zaaknr 202102128/1
Het bericht 'Afschaffen rechterlijke dwangsom in asielzaken in strijd met Europees recht' van de Raad van State d.d. 30 november 2022 over zaaknr 202203068/1
Het bericht 'Beslistermijnen in de asielprocedure vaak niet gehaald' op de website van de Algemene Rekenkamer d.d. 20 mei 2026
Kort verslag van het aannemen van twee asielwetten in de Eerste Kamer d.d. 13 oktober 2026
Lees ook:
05-06-26 Afschaffen dwangsommen is ondermijning van de rechtsstaat
24-04-26 'Wetten moeten deugen'
08-07-22 Ook Raad van State verwerpt wet opschorten dwangsommen
30-03-22 Rechtbank verwerpt de wet opschorten dwangsommen IND