08 juni 2026

EU Hof: rechter dient asielaanvraag volledig te onderzoeken en kan status verlenen

EU Hof: rechter dient asielaanvraag volledig te onderzoeken en kan status verlenen
Het Hof van Justitie van de EU heeft op 4 juni 2026 een belangrijke uitspraak gedaan: een vreemdelingenrechter is bevoegd een volledig onderzoek te doen naar een asielaanvraag en op grond daarvan een status te verlenen. De rechter kan niet worden verplicht die bevoegdheid terughoudend uit te oefenen.


Het Hof van Justitie van de Europese Unie beantwoordde zogenoemde prejudiciële vragen die de Rechtbank Zwolle op 4 juli 2025 aan het Hof had gesteld. De rechtbank wilde weten of de Nederlandse praktijk, waarbij de bestuursrechter de beoordeling door de IND van de geloofwaardigheid van het asielverzoek terughoudend toetst, wel in lijn is met het Unierecht. Artikel 46 van de Asielprocedurerichtlijn (2013/32/EU) schrijft namelijk voor dat de rechterlijke instantie, die moet oordelen over de negatieve beslissing van de beslissingsautoriteit (d.w.z. de IND) op het asielverzoek, een "volledig en ex-nunc onderzoek van zowel de feitelijke als juridische gronden" uitvoert.

Marginaal toetsen
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft zich in een aantal uitspraken in 2016 echter op het standpunt gesteld dat de rechter vooral niet “op de stoel van de IND moest gaan zitten”. Beslissingen van de IND dienden dus slechts marginaal getoetst te worden, oftewel: er werd getoetst of de overheid in redelijkheid tot het betreffende besluit had kunnen komen. (Een zelfde marginale toetsing door de rechter leidde overigens o.a. ook tot de grote misstanden in de Toeslagenaffaire.)

Volledig onderzoeken
Het EU Hof heeft nu uitgesproken dat de bevoegdheid van de rechter niet beperkt mag worden tot een “enigszins terughoudende toets”:  de rechter die de afwijzing van een asielverzoek beoordeelt, moet “een volledig en ex nunc, dat wil zeggen uitputtend en geactualiseerd, onderzoek verrichten van de feitelijke en juridische elementen en van de behoefte aan internationale bescherming van de verzoeker” (rechtsoverweging 58). Als de rechter vaststelt dat internationale bescherming dient te worden verleend moet de IND dit volgen, tenzij zich nadien “feitelijke of juridische gegevens aandienen die objectief een nieuwe geactualiseerde beoordeling vereisen” (r.o. 60).

Verder oordeelt het Hof dat de uitdrukking “gegronde vrees voor vervolging” in een asielprocedure “betrekking heeft op de situatie waarin er een redelijke mate van waarschijnlijkheid bestaat dat een persoon die om internationale bescherming verzoekt bij terugkeer naar zijn land van herkomst zal worden vervolgd en dat de bevoegde nationale autoriteiten (d.w.z. de IND, red), om vast te stellen of er sprake is van zulke vrees, een individuele, concrete en objectieve beoordeling moeten verrichten van de persoonlijke situatie van deze verzoeker, de feiten en omstandigheden betreffende zijn verzoek en de situatie in zijn land van herkomst” (r.o. 88).

Nieuwe werkwijze
Deze uitspraak van het Hof komt juist op het moment dat de zorgvuldigheid van de asielbeoordeling door de IND als gevolg van de invoering van het Europees Asiel- en Migratiepact op 12 juni aanstaande onder druk staat. Volgens de nieuwe werkwijze wordt een asielzoeker nog maar beperkt gehoord en kan de advocaat geen zienswijze meer indienen tegen een voorgenomen afwijzing van de IND. Hierdoor zullen de feiten die ten grondslag liggen aan een asielaanvraag (veel) minder goed naar voren komen, wat ten koste zal gaan  van de zorgvuldigheid van de besluitvorming van de IND.

Dat betekent ook dat afgewezen asielzoekers hun zaak aan de rechter zullen willen voorleggen en dat de rechter zich moet gaan buigen over (aanvullende) informatie die tijdens de administratieve fase bij de IND niet (voldoende) aan bod is gekomen. Deze uitspraak van het EU Hof in combinatie met de invoering van de nieuwe asielprocedure en het Europese pact zal naar verwachting leiden tot een verzwaring van de werkdruk bij rechtbanken en (in hoger beroep) bij de Raad van State.

Anderzijds, de rechter kan nu niet slechts zoals voorheen de IND op de vingers tikken en opdragen een nieuwe beslissing te nemen, maar kan ook op grond van deze uitspraak van het EU Hof zelf een besluit nemen op de asielaanvraag.

 

Meer informatie:
De volledige tekst van het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 4 juni 2026 ‘Ebilum’ met zaaknummer C-440/25 [ECLI:EU:C:2026:448] (download Nederlandstalig pdf-bestand, 19 pag’s)

Deze prejudiciële procedure werd mede gevoerd door de Commissie Strategisch Procederen van Vluchtelingenwerk Nederland.

Lees ook:
24-02-26  EU Hof van Justitie: recht op toegang tot onderliggende stukken ambtsbericht
08-05-25  EU Hof van Justitie: beslistermijn verlengen mag alleen bij veel asielverzoeken tegelijk