23 mei 2026

De oogst van een dialoog in de klas

De oogst van een dialoog in de klas
“Ik wil je laten weten dat je er niet alleen voor staat”, “Je bent super dapper en een soort voorbeeld voor mij” en “Wat jij nu meemaakt, is niet oké. Ik hoop heel erg dat je ergens fijn terecht komt.” Drie boodschappen op evenzovele kaarten. Scholieren schreven ze aan gasten in de opvang van INLIA, in een project van INLIA-medewerkster Margreet.


Margreet wordt eind vorig jaar aangenomen bij INLIA om jongeren te betrekken bij asielzoekers en vluchtelingen in nood. Haar eerste wapenfeit: een try-out van 2 gastlessen op een middelbare school. Over thema’s als: wat is een vluchteling, hoe komen ze hier, wat maken ze mee – zowel onderweg als eenmaal hier - en wat doet INLIA? 

Een project op school ligt voor de hand; Margreet werkte eerder als docent. Prachtig werk, toch nam ze ontslag. “Na 5 jaar in het onderwijs was het tijd om te herijken”, vertelt ze. Ze ging op reis en stond stil bij wat ze belangrijk vindt. Dat een nieuwe baan ‘iets maatschappelijks’ moet worden, is duidelijk. Maar wat?

‘De jeugd niet verliezen’
Via een vriendin die er al werkt, komt ze bij INLIA uit. Daar is directeur John van Tilborg net op zoek naar iemand om de brug te slaan naar jongeren, met name in de kerken. “Het is belangrijk om actief bewustzijn te creëren over omzien naar elkaar”, zegt Van Tilborg, “We mogen de jeugd niet verliezen, zij zijn de toekomst van onze samenleving. Ook kerkelijk: jongeren zijn de toekomstige diakenen en kerkbestuurders.”

De INLIA-voorman ziet met lede ogen aan dat de jeugd deels de kerk verlaat. “Terwijl je tegelijkertijd ziet dat de vraag om zingeving wél heel groot is. We mogen zin en betekenis geven aan het leven niet overlaten aan TikTok. We moeten ons bekommeren om jongeren, hun harten de kans geven om te groeien.”

Kerken zijn uiteraard zelf hier ook al mee bezig, INLIA kan vanuit haar opdracht en expertise een bijdrage leveren als het gaat om de ‘vreemdeling in de poorten’. Margreet ontwerpt projecten en gastlessen over het thema vluchtelingen en asiel, met het doel om jongeren ervan bewust te maken dat ook zij invloed hebben op de kwaliteit van onze samenleving.

Het is de bedoeling dat jeugdwerkers in de kerken uit de voeten kunnen met de projecten, terwijl de gastlessen zijn bedoeld voor het onderwijs – voor alle niveaus van basisschool tot en met universiteit. Margreet maakt om te beginnen 2 lessen, voor 2 verschillende klassen. Voor de try-out kiest ze haar oude werkplek: vertrouwd én ze weet dat ze eerlijke feedback zal krijgen.

‘Eerst maar eens kennismaken’
In de beoogde klas blijken ook drie leerlingen uit een azc te zitten. De school stelt voor om hen vooraf te betrekken. “Ik dook gelijk de inhoud in: willen jullie helpen? Dat werkte natuurlijk niet”, lacht ze. Ze corrigeert zichzelf: eerst maar eens kennismaken. Een gesprek over het verschil in eten doet het altijd goed. Daarna komen de verhalen los.

Het is een kleine, maatschappelijk betrokken school. Het is hier veilig genoeg voor de leerlingen om te vertellen over wat ze meemaakten. Ze vertellen open en vrij over het verlaten van hun land, over de vlucht, over het leven in een azc. De verhalen maken enorm indruk op de klas. Muisstil is het, als de gevluchte klasgenootjes aan het woord zijn.  Geen enkel verhaal is zo sterk als dat van iemand die je kent. Hun verhalen staan centraal, Margreet omlijst ze met cijfers en feiten. 

Foto Margreet - bij KBA mei 2026

Vragen, luisteren, niet overtuigen
De tweede les – voor klas 2 - is een dialoog over vluchten en asiel, over hoe er als maatschappij mee om te gaan. Margreet: “Daarin staat naar elkaar luisteren centraal, niet elkaar overtuigen. Juist niet. Het is hier een democratie, we mogen verschillende meningen hebben. Dat is óók belangrijk om te beseffen en waarderen.”

Het is natuurlijk niet de bedoeling verdeeldheid in de klas aan te wakkeren. “Daarom is het belangrijk nieuwsgierig te zijn naar elkaar. De ander te vragen: waarom denk je dat, waarop baseer je dat, welke ervaringen heb je?” Begrenzen is daarbij soms noodzakelijk, vertelt ze. Want al is het belangrijk begrip te hebben voor ieders mening; discriminatie, uitsluiten en haat zaaien zijn gewoon verboden en kwetsende uitspraken niet fatsoenlijk.

Dus als uitlatingen over de schreef gaan, grijpt Margreet in met ‘wat je nu zegt, kan niet’ en vraagt ze in één moeite door ‘maar waarom vind je dat?’. “Dat is een uitnodiging. Je merkt dat er vaak persoonlijke zorgen of behoeften onder zitten. Angst voor het onbekende, zelf buiten een groep staan, jezelf niet gezien voelen; het kan van alles zijn.”

‘Nederland is vol’
In deze tweede les komen ook stellingen aan bod. Bijvoorbeeld: Nederland is vol, de grenzen moeten dicht. Een leerling zei: ze mogen wel komen, maar dan moeten ze zich wel gewoon aanpassen. Margreet vroeg waarom. Uiteindelijk bedacht hij: omdat ik me hier thuis wil voelen. “Toen werd het interessant”, zegt Margreet.

Ze vroeg wie in de klas zich nog meer thuis wil voelen in Nederland. Alle vingers omhoog natuurlijk. “Okay”, vroeg ze, “Zouden mensen uit Syrië of Afghanistan zich op hun beurt dan ook thuis willen voelen? Nou, dat dachten ze van wel”, glimlacht Margreet. Zo realiseren de leerlingen zich dat de behoeften die zíj hebben, universeel menselijke behoeften zijn.

Ze vraagt de klas wat eraan kan bijdragen dat vluchtelingen zich thuis voelen. Het is een mooi gesprek. De leerlingen kunnen zich voorstellen dat eten van ‘thuis’ bijdraagt; dus een Syrische supermarkt. Maar dat schuurt wel een beetje met wat zij zelf vertrouwd vinden. Is dat erg? De klas oordeelt uiteindelijk van niet: diversiteit is niet per se minder samenhang in wijk, dorp of buurt.

En dan?
Margreet realiseert zich dat er ook een afronding nodig is na de lessen. “Ik bedacht: dan zit je daar als kind, en dan? Wat kun je met de opgedane kennis, waar kun je heen met je gevoel erover?”  Daarnaast wil ze verbinding leggen met de opvang van INLIA. Zo komt ze samen met John van Tilborg op het idee van de kaarten aan gasten in de opvang.

De kaarten hebben 3 thema’s: licht, kracht en respect. Kinderen die willen, kunnen in een uur dat ze zelfstandig moeten werken een kaartje schrijven. In hun eigen tijd. Zo’n tweederde doet dat. En schrijft lieve dingen op. De mooie oogst van een dialoog in de klas.

Kaartjes Jongerenproject 2 - bij KBA mei 2026

“Ik wil je laten weten dat je er niet alleen voor staat” en “Wat jij nu meemaakt, is niet oké. Ik hoop heel erg dat je ergens fijn terecht komt.” Dit schreven scholieren aan gasten in de INLIA-opvang.



Dit bericht verscheen ook als kerkbladartikel. Het is in verschillende lengteversies als Word-bestand te downloaden van de pagina 'Artikelen voor de kerkbladen'.

Enkele eerder verschenen kerkbladartikelen:
26-01-26  Mensen helpen is geen misdaad - in Griekenland
18-10-25  Het Christelijk geloof