11 mei 2022

Raad van State: asielzoekers niet zonder onderzoek terugsturen naar Kroatië

Raad van State: asielzoekers niet zonder onderzoek terugsturen naar Kroatië
De Raad van State heeft geoordeeld dat Nederland asielzoekers niet zomaar, op grond van de Dublinverordening, mag terugsturen naar Kroatië. Vanwege ‘pushbacks’ bestaat een te groot risico op schending van mensenrechten. Nederland mag daarom niet uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, maar moet eerst onderzoeken of naar Kroatië teruggestuurde Dublinclaimanten daar wel in de asielprocedure worden opgenomen.


Het interstatelijk vertrouwensbeginsel houdt in dat lidstaten van de Europese Unie er op voorhand van uitgaan dat in alle andere lidstaten de mensenrechten, zoals vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (art 3 EVRM) en het EU Handvest (art 4), worden gerespecteerd. Daarom kan een asielzoeker, die niet in het eerste land van ontvangst asiel vraagt maar is doorgereisd naar een ander land binnen de EU, worden teruggestuurd naar dat eerste land, dat op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk wordt gesteld voor de asielprocedure.

Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt hiervan afgeweken. In twee uitspraken van 13 april 2022 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaald dat de staatssecretaris van Justitie & Veiligheid nader onderzoek moet doen, omdat niet op voorhand vaststaat dat Kroatië zich aan de eisen van het EVRM houdt. Er vinden namelijk al geruime tijd en op grote schaal pushbacks plaats, waarbij vreemdelingen niet in de gelegenheid worden gesteld asiel te vragen, maar door Kroatië over de grens met een buurland worden teruggezet. En dat risico blijkt ook te bestaan voor vreemdelingen die zich niet aan de buitengrenzen van Kroatië bevinden, maar vanuit een andere EU lidstaat naar Kroatië worden teruggestuurd.

De Afdeling spreekt van een “fundamentele systeemfout” in de asielprocedure van Kroatië als gevolg van deze pushbacks. Daarom “had de staatssecretaris nader onderzoek moeten doen naar het risico voor overgedragen Dublinclaimanten om door Kroatië te worden uitgezet zonder behandeling dan wel tijdens de behandeling van hun asielverzoek” (rechtsoverweging 7).

De Raad van State neemt hiermee nu een ander standpunt in dan ten tijde van haar uitspraak van 19 juli 2021, toen nog werd geoordeeld dat pushbacks aan de grens geen afbreuk zouden doen aan het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat terugkerende Dublinclaimanten daarvan niet het slachtoffer zouden worden.

De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid van de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris inmiddels gevraagd om een brief over de gevolgen van deze uitspraken van de Raad van State van 13 april 2022. 

 

Meer informatie:
Het persbericht 'Staatssecretaris J&V moet overdracht van vreemdelingen in Kroatië beter motiveren' d.d. 13 april 2022 van de Raad van State, met links naar de beide uitspraken met de nummers ECLI:NL:RVS:2022:1042 en 1043 (link)
De uitspraak met nummer ECLI:NL:RVS:2021:1563 d.d. 19 juni 2021 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (link)

De Rechtbank Den Bosch heeft op 18 maart 2022 in een soortgelijke zaak prejudiciële vragen gesteld aan het EU Hof van Justitie over de 'deelbaarheid van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, gelet op stelselmatige pushbacks', zaaknummer ECLI:NL:RBDHA:2022:2305 (link)

Het Kamerlid Suzanne Kröger (GL) heeft op 3 mei 2022 schriftelijke vragen gesteld, ook over het aftreden van het hoofd van Frontex, dhr Leggeri, die ontslag nam naar aanleiding van de aanhoudende berichten over betrokkenheid van Frontex bij illegale pushbacks en over wangedrag en intimidatie binnen dit EU grensagentschap (link naar de site van de Tweede Kamer).

Lees ook:
23-03-22  UNHCR waarschuwt voor toenemend geweld tegen vluchtelingen aan Europese grenzen
19-01-22  ACVZ over pushbacks: 'EU-grenzen zijn ook onze grenzen'