30 juni 2021

Rondetafelgesprek in de Kamer over onrecht in vreemdelingenbeleid

Rondetafelgesprek in de Kamer over onrecht in vreemdelingenbeleid
Op donderdag 24 juni 2021 vond in de Tweede Kamer een rondetafelgesprek plaats over ‘maatwerk en uitvoering in het vreemdelingenrecht’. Diverse organisaties waren uitgenodigd om mondeling en schriftelijk hun visie te delen met de vaste Kamercommissie voor Justitie & Veiligheid.

De problematiek van de zgn. Toeslagenaffaire speelt helaas ook in het vreemdelingenbeleid. Onder andere het rapport ‘Ongehoord: onrecht in het vreemdelingenrecht’ van de Vereniging Asieljuristen Nederland (VAJN) en de Specialistenvereniging Migratierecht Advocaten (SVMA) zette dit expliciet op de kaart. In deze bundel van 48 dossiers wordt een aantal voorbeelden genoemd van het gebrek aan menselijke maat in het vreemdelingenbeleid, als gevolg van stringente wetgeving, een nog stringentere uitvoering en de steun daarvoor van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Ten behoeve van het rondetafelgesprek hebben diverse organisaties een position paper ingebracht. Enkele daarvan worden hieronder nader belicht.

 

DCI logo

Defence for Children International (DCI) schetst in haar schriftelijke bijdrage de problematiek als volgt:

Defence for Children herkent de signalen en analyse van migratiewetenschappers en specialistenverenigingen van vreemdelingenadvocaten die stellen dat de menselijke maat in het vreemdelingenrecht, net als in de Toeslagenaffaire, uit het oog is verloren. We zien ongehoord onrecht. Dat onrecht wordt veroorzaakt door vergelijkbare factoren als in de toeslagenaffaire:

  • rigide wetgeving zonder de mogelijkheid om hiervan af te wijken;
  • geïnstitutionaliseerd wantrouwen tegen een kwetsbare groep;
  • een bestuur dat te weinig oog heeft voor menselijkheid en zich moet verhouden tot de politieke boodschap dat het beleid restrictief moet zijn;
  • een rechterlijke macht die het bestuur steunt.

De rigide en formalistische opstelling van overheidsorganen veroorzaakt onnodig lange procedures, kinderen die worden teruggestuurd naar landen waar ze nog nooit geweest zijn en kinderen [die] geschaad worden in hun ontwikkeling of steeds verder van de samenleving wegdrijven. Schade die ook de samenleving als geheel treft.

Verderop in haar notitie geeft DCI een tragisch voorbeeld hoe dat in de praktijk soms uitpakt:

Afgelopen zomer werd Nederland opgeschrikt door de dood van de 13-jarige Syrische jongen Ali. In zijn procedure is keer op keer gewaarschuwd dat zijn psychische gesteldheid zorgelijk was. De IND bleef echter vasthouden aan het standpunt dat de dienst op grond van het beleid formeel niet verplicht is om in de asielprocedure de psychische gesteldheid van Ali te onderzoeken. Hierin werd de uitvoeringsinstantie gesteund door de hoogste rechter, de Raad van State, die dit oordeel op formele gronden in stand liet.

 

ACVZ_logo.jpg

De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) signaleert in haar bijdrage o.a. de volgende problemen:

Nederland kent feitelijk een restrictief toelatingsbeleid dat zich in de wet- en regelgeving laat vertalen als ‘nee, tenzij’. Op zichzelf hoeft dit geen probleem te zijn. Echter, de wijze waarop hier invulling aan wordt gegeven is dat wel.
Allereerst zoekt de wetgever steeds meer de grenzen op van het Europese en internationale recht. De overheid neemt daarbij het risico om deze grenzen te overschrijden en te worden teruggefloten door de rechter, hetgeen vervolgens weer leidt tot aanpassing van wet- en regelgeving.

Ten tweede is de wet- en regelgeving complex en volgt elkaar snel op. Nieuwe regels zijn niet altijd even doordacht, en zijn vaak gericht op het strenger, in plaats van effectiever maken van het systeem. (...)

Er is verder amper maatwerk mogelijk in het vreemdelingenrecht ter invulling van het ‘tenzij’. De regering heeft de beslissingsruimte die de IND als bestuursorgaan wettelijk heeft, in toenemende mate ingeperkt. In plaats van een open afweging van alle belangen, dwingen lagere regels al vooraf tot afwijzing van aanvragen, tenzij sprake is van zeer uitzonderlijke situaties. Niet alleen asielzoekers, maar ook kennismigranten en gezinsmigranten hebben te maken met een wantrouwende overheid en moeten door hoepels springen die steeds kleiner worden.  (...)

Voorts ontbreken voldoende ‘drukventielen’ in de vorm van daadwerkelijk toepasbare hardheidsclausules of andere afwijkingsmogelijkheden. De discretionaire bevoegdheid was zo'n drukventiel. (...)

Herinvoering van de (oorspronkelijke) discretionaire bevoegdheid is wenselijk maar kan echter niet de enige maatregel zijn waarmee het gebrek aan maatwerk in het vreemdelingenbeleid wordt opgeheven. Structurele aandacht voor en verbetering van de totstandkoming van wet- en regelgeving is nodig. Wetgeving moet staan voor zekerheid en bestendigheid.


Ook diverse andere organisaties geven in hun bijdrage aan dat de afschaffing van de discretionaire bevoegdheid typerend is voor het gebrek aan menselijke maat in het vreemdelingenbeleid en pleiten daarom voor herinvoering.

De rol van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State blijft niet onbesproken en er worden verschillende voorstellen gedaan tot verbetering van de rechtspraak, waarbij ook het belang van een goede rechtsbijstand, waarop de afgelopen jaren werd bezuinigd, nog eens wordt benadrukt.

 

Meer informatie:
De position papers van de diverse organisaties zijn bij elkaar te vinden op deze pagina op de website van de Tweede Kamer.
Over het rapport ‘Ongelofelijk – asielonrecht voor bekeerlingen’ van de stichting Gave schreven we al eerder dit bericht.
VluchtelingenWerk Nederland bracht ten behoeve van het rondetafelgesprek een uitvoerig rapport uit onder de veelzeggende titel 'Web van wantrouwen'. Het is via deze link te lezen bij dit bericht op de website van VluchtelingenWerk. 

Lees ook:
16-04-21  Ongehoord onrecht: wantrouwende overheid berokkent vreemdelingen veel leed
15-04-21  Voorstel inkorten duur asielvergunning toch controversieel verklaard
18-12-20  ‘Grondbeginselen van de rechtsstaat geschonden’ – ook in het vreemdelingenrecht