10 oktober 2014

Raad van State doet tegenstrijdige uitspraken over bewijswaarde paspoort

Raad van State doet tegenstrijdige uitspraken over bewijswaarde paspoort
De Raad van State oordeelde in twee recente uitspraken volkomen tegenstrijdig over de waarde die aan een door een asielzoeker overlegd paspoort moet worden toegekend. In beide gevallen gaat het ook nog om een paspoort van hetzelfde land, nl. Guinee..  

In een uitspraak van 2 juli 2014 stelt de Raad van State dat aan een in het kader van een naturalisatieverzoek overlegd Guinees paspoort geen waarde toekomt, op basis van de volgende redenering (in overweging 4):
"Appellant sub 1 heeft bij haar verzoek van 25 mei 2011 een Guinees paspoort overlegd. Dit paspoort kan niet dienen ter vaststelling van haar nationaliteit, omdat niet kan worden vastgesteld of dit paspoort op de juiste wijze is opgemaakt en afgegeven, laat staan of bij de afgifte van dit document een deugdelijke beoordeling van haar identiteit heeft plaatsgevonden. Dat de ambassade van Guinee te Brussel in haar verklaring van 8 april 2011 het paspoort authentiek en geldig heeft bevonden, doet daar niet aan af, nu dit niets zegt over de inhoudelijke juistheid van het document."

In een uitspraak van 28 augustus 2014 geeft de Raad van State echter aan dat de IND niet aan de waarde van een in het kader van een asielverzoek overlegd en authentiek bevonden Guinees paspoort mag twijfelen. Letterlijk stelt de Raad van State (wederom in overweging 4):
"Zoals volgt uit de uitspraken van de Afdeling van 6 juli 2009 in zaak nr. 200901280/1/V2 en van 25 maart 2010 in zaak nr. 200808622/1/V2, staat het de staatssecretaris niet vrij aan een door de vreemdeling ter staving van een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd overgelegd paspoort, waarvan de echtheid op zichzelf door hem niet wordt betwist, geen waarde te hechten, louter op basis van bij hem om andere reden gerezen twijfel. Indien de staatssecretaris, op grond van twijfel, ingegeven door het brondocument op basis waarvan het paspoort zou zijn afgegeven, niet van de juistheid van de in het paspoort vermelde gegevens wil uitgaan, ligt het op zijn weg om daarnaar onderzoek te laten verrichten bij de Guineese autoriteiten. Nu hij dit heeft nagelaten, is het besluit van 16 mei 2013 genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb."

Beide uitspraken vallen ten aanzien van de bewijswaarde die aan een paspoort moet worden toegekend, totaal niet met elkaar te rijmen. In de uitspraak van 28 augustus 2014 beroept de Raad van State zich gelukkig op eerdere uitspraken die zij hierover heeft gedaan op 6 juli 2009 en 25 maart 2010. Hopelijk betreft de uitspraak van 2 juli 2014 dus een eenmalige uitglijder...


Meer informatie:
De uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 juli 2014 (nr 201310334/1/V6)
De uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 augustus 2014 (nr 201400732/1/V3) 

Lees ook:
30-06-14  IND pleegt inbreuk op soevereiniteit landen van herkomst