08 januari 2014

Uitspraak RB Groningen over doel 'kinderpardon'-regeling

Uitspraak RB Groningen over doel 'kinderpardon'-regeling
Kinderen kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor gedragingen van hun ouders. Een beslissing van de IND om een kind af te wijzen voor het kinderpardon omdat de ouders onvoldoende zouden hebben meegewerkt aan vertrek is daarom door de Rechtbank Groningen vernietigd..   

In verblijfsrechtelijke procedures in Nederland komt het nogal eens voor dat een kind wordt afgerekend op het handelen van een ouder. Kinderen krijgen bijvoorbeeld ook geen status als aan een ouder artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag (verdenking van oorlogsmisdaden) en/of een strafblad wordt tegengeworpen. 

In de uitspraak (21 september 2012) waarin de Hoge Raad heeft bepaald dat gezinnen met kinderen niet langer op straat gezet mogen worden is hiervan één van de redenen dat zij “niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor gedragingen van hun familieleden”. Dit heeft inderdaad het gevolg gehad dat sindsdien gezinnen met kinderen niet meer zonder voorzieningen op straat worden gezet.

Ondanks deze uitspraak is in de definitieve regeling voor langdurig verblijvende kinderen (dit is in tegenstelling tot de overgangsregeling van het ‘kinderpardon’ een structurele regeling voor minderjarige kinderen die langer dan vijf jaar in Nederland verblijven) toch nog de voorwaarde gesteld dat de aanvrager, of in de meeste gevallen de ouders van de aanvrager, zich voldoende moeten hebben ingespannen om op eigen initiatief terug te keren naar hun land van herkomst, maar dat dit buiten hun schuld niet is gelukt. Wanneer aan dit uitermate zware criterium wordt voldaan is overigens van meet af aan al onduidelijk geweest.

In een recente zaak waarin door de IND aan een minderjarig kind inderdaad is tegengeworpen dat de ouders niet voldoende aan hun vertrek hebben meegewerkt is nu door de Rechtbank Groningen een belangrijke uitspraak gedaan. Met verwijzing naar onder andere de genoemde uitspraak van de Hoge Raad is de voorzieningenrechter tot de conclusie gekomen dat gezien de leeftijd van de vreemdeling (5 jaar) hij geen invloed heeft gehad op het handelen van zijn gezinsleden. Door deze aanvraag af te wijzen is volgens de rechter niet uit te sluiten dat de IND niet in overeenstemming met het doel van de kinderpardonregeling heeft gehandeld. Dit doel is door de regering als volgt verwoord: ‘Er zijn kinderen die al vele jaren in Nederland verblijven, zonder uitzicht op een verblijfsvergunning. De lange duur van het verblijf is te wijten aan procedures die in het verleden soms lang duurden, het niet meewerken aan vertrek en het stapelen van procedures door ouders, of een combinatie van deze factoren. Om te voorkomen dat deze jongeren hiervan de dupe worden is door het kabinet besloten een definitieve regeling en een overgangsregeling te treffen op grond waarvan deze jongeren, onder bepaalde voorwaarden, alsnog in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning.’ (onderstrepingen red.)

De voorzieningenrechter plaatst op deze manier dus een belangrijke kanttekening bij de strengste voorwaarde van de definitieve regeling van het kinderpardon. Als deze uitspraak blijft staan betekent dit dat in vele gevallen minderjarige kinderen ten onrechte handelen of nalaten van hun ouders tegengeworpen hebben gekregen.


Meer informatie:
De tekst van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Groningen gedateerd 18 november 2013 

De teksten van de definitieve en overgangsregeling ten aanzien van langdurig verblijvende kinderen (WBV 2013/1 d.d. 30 jan 2013;  zie met name pag. 11 voor het doel en de achtergronden van de regelingen voor langdurig verblijvende kinderen)

Lees ook:
21-09-12  Hoge Raad verwerpt cassatieberoep van de minister