22 november 2013

Hoe succesvol is vreemdelingenbewaring?

Hoe succesvol is vreemdelingenbewaring?
Veel minder dan de staatssecretaris doet voorkomen. Uit door INLIA opgevraagde informatie van de DT&V blijkt dat 45% van de vreemdelingen die in 2012 vanuit bewaring Nederland verlieten is overgedragen aan een ander Europees land in het kader van een Dublin-claim. Door niet expliciet te melden dat deze ‘dublinclaimanten’ ook in de cijfers mee worden geteld wordt de effectiviteit van het middel vreemdelingenbewaring te rooskleurig voorgesteld.

In antwoord op de vraag in hoeverre vreemdelingendetentie ‘succesvol’ genoemd kan worden zijn het afgelopen jaar door de hiervoor verantwoordelijke staatssecretaris vaak percentages genoemd waaruit blijkt dat meer dan de helft van de vreemdelingen die in bewaring wordt genomen daadwerkelijk vertrekt vanuit detentie. In 2012 heeft volgens de staatssecretaris 65% van de gedetineerde vreemdelingen Nederland verlaten, en 81% van de gedetineerde vreemdelingen is binnen drie maanden vanuit detentie vertrokken. Hiermee wordt de indruk gewekt dat het middel vreemdelingenbewaring nog redelijk succesvol is om vreemdelingen uit te zetten naar hun land van herkomst.

Enige tijd geleden werd duidelijk dat de staatssecretaris hierin ook het aantal vreemdelingen meerekent dat wordt overgedragen naar het Europese land dat volgens het verdrag van Dublin verantwoordelijk is voor de afhandeling van het asielverzoek, de zogenaamde ‘dublinclaimanten’. Nergens maakt de staatssecretaris echter expliciet om hoeveel dublinclaimanten het hier gaat. In bijna alle gevallen worden dublinclaimanten slechts enkele dagen in vreemdelingenbewaring gesteld, direct voorafgaande aan de daadwerkelijke overdracht naar het andere Europese land. De kortdurende bewaring in het kader van deze relatief eenvoudige overdrachten krikt het 'succes-percentage' van bewaring op èn brengt de gemiddelde verblijfsduur van asielzoekers in bewaring aanzienlijk omlaag, omdat het daarbij immers bijna altijd gaat om kortdurende bewaring.

Omdat INLIA wilde weten om welke aantallen dublinclaimanten het ging die vanuit bewaring werden overgedragen, werd met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) een informatieverzoek bij de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) ingediend. Gevraagd werd hoe groot het aantal vreemdelingen was dat in 2012 vanuit bewaring op grond van het Dublinverdrag werd overgedragen aan andere lidstaten van de Europese Unie. Daarnaast werd gevraagd hoe hoog het aantal vreemdelingen was dat in 2012 werd uitgezet naar het land van herkomst. INLIA beschikte reeds over de cijfers van het aantal vreemdelingen dat in 2012 vanuit vreemdelingenbewaring op straat was gezet (zie daarvoor het bericht van 2 augustus 2013). 
 
Uit de cijfers die INLIA nu heeft ontvangen van de DT&V blijkt dat in 2012 1.283 vreemdelingen vanuit bewaring zijn overgedragen op grond van een Dublin-claim en 1.586 vreemdelingen zijn vertrokken naar het land van herkomst. Uit een eerder Wob-verzoek was reeds bekend dat er 1.713 vreemdelingen werden ‘geklinkerd’ vanuit bewaring. Dit betekent dat van de in totaal 4.582 uit bewaring vertrokken vreemdelingen 'slechts' 34,5% van de vreemdelingen vanuit bewaring wordt uitgezet naar het land van herkomst, 28% vanuit bewaring wordt overgedragen in het kader van het Verdrag van Dublin en 37,5%, dus het grootste gedeelte, na verloop van tijd vanuit bewaring op straat gezet wordt. Van het daadwerkelijke vertrek uit Nederland vanuit bewaring (2.869 personen) gaat het dus maar liefst in 45% van de gevallen om overdrachten van dublinclaimanten.

Ook het door de staatssecretaris genoemde percentage van 81% van de gedetineerde vreemdelingen die binnen drie maanden vanuit detentie vertrekken, is relatief hoog omdat hierin ook de dublinclaimanten worden meegeteld. Deze dublinclaimanten worden vaak slechts enkele dagen voorafgaande aan hun overdracht in bewaring gezet, en zo zorgt deze kortdurende bewaring van dublinclaimanten ervoor dat het percentage van vreemdelingen dat binnen drie maanden vanuit detentie vertrekt, veel hoger uitvalt dan wanneer er alleen gekeken zou worden naar de gemiddelde verblijfsduur van vreemdelingen die uitgezet (moeten) worden naar hun land van herkomst.


Meer informatie:
Het antwoord van de DT&V d.d. 18 november 2013 op het Wob-verzoek door INLIA van 2 september 2013
De zgn. 'koepelbrief' van de staatssecretaris van Veiligheid & Justitie aan de Tweede Kamer d.d. 13 sept. 2013, waarin op pagina 12 de percentages vertrek vanuit bewaring en de gemiddelde verblijfsduur in bewaring worden genoemd, zonder erbij te vermelden dat het voor een groot deel om dublinclaimanten ging. (pdf-bestand, 57 pag’s)

In antwoord op schriftelijke vragen bij de behandeling van de begroting van het ministerie van V&J heeft de staatssecretaris onlangs aan de Tweede Kamer gemeld dat de gemiddelde verblijfsduur in detentiecentra op peildatum 30 september 2013 varieerde van 87 dagen (Rotterdam) tot 118 dagen (Zeist).  Zie vraag 260 van de ‘Beantwoording schriftelijke vragen Begroting Veiligheid en Justitie 2014’ (d.d. 11 november 2013) , link naar het document op rijksoverheid.nl, pdf-bestand 1 MB, 107 pag's)

Lees ook:
12-09-13  AI: mensenrechten als maatstaf bij vreemdelingendetentie
02-08-13  Ruim 5.300 vreemdelingen ‘mob’ in 2012