20 september 2013

EHRM: actieve Koptische christenen lopen gevaar in Egypte

EHRM: actieve Koptische christenen lopen gevaar in Egypte
Ondanks geweld geen soepeler Nederlands beleid. Een Koptische christen uit Egypte, die was veroordeeld voor bekeringsactiviteiten, mag van het Europees Hof niet door Frankrijk worden teruggestuurd, vanwege het gevaar dat daarmee art. 3 van het Europees mensenrechtenverdrag wordt geschonden.


Het betrof in deze zaak een Koptische christen die, nadat hij cd’s met christelijke muziek had verkocht aan moslims, werd aangevallen door lokale moslims. Nadat hij Egypte was ontvlucht is hij in 2009 bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar voor het uitvoeren van bekeringsactiviteiten. Ondanks dat de Franse overheid enkele tegenstrijdigheden in zijn asielverhaal heeft aangenomen is nooit getwijfeld aan de authenticiteit van het vonnis.

Het Europees Hof begint met de overwegingen dat er op dit moment sprake is van geweld en vervolging ten aanzien van Koptische christenen en dat de Egyptische autoriteiten in deze situaties terughoudend handelen. Er worden geen uitspraken gedaan of dit uit onmacht of onwil voortkomt, maar duidelijk is dat de Egyptische autoriteiten ernstig tekortschieten in de bescherming van Koptische christenen. Verder wordt opgemerkt dat er geen aanwijzingen zijn dat de situatie voor deze bevolkingsgroep sinds 2010 is verbeterd. Ondanks al deze constateringen houdt het Hof op dit moment vast aan de opvatting dat niet alle Koptische christenen bij terugkeer alleen door hun aanwezigheid al gevaar lopen.

In deze zaak is er echter niet alleen sprake van een veroordeling bij verstek waarin een gevangenisstraf is opgelegd voor het verrichten van bekeringsactiviteiten, maar ook dat betrokkene door deze activiteiten zowel binnen als buiten de gevangenis het risico loopt slachtoffer te worden van geweld van de kant van radicale moslims. Hoewel dit risico op geweld vooral van radicale moslims wordt verwacht is het niet mogelijk adequate bescherming van de Egyptische autoriteiten in te roepen. Al deze omstandigheden bij elkaar, de veroordeling wegens bekeringsactiviteiten en het risico voor geweld bij terugkeer, leiden in dit geval volgens het Hof tot een schending van artikel 3 EVRM bij terugkeer.

Interessant is dat het Hof niet ingaat op een mogelijk vestigingsalternatief binnen Egypte. De Nederlandse overheid gaat er vooralsnog vanuit dat, ondanks de gebrekkige bescherming van de Egyptische overheid, Koptische christenen geacht worden zich zonder problemen elders in Egypte te kunnen vestigen. Dat het Europees Hof deze mogelijkheid niet als zodanig benoemt kan wellicht interessant zijn voor Nederlandse procedures waarin wel een vestigingsalternatief wordt tegengeworpen.

Aanhoudend geweld
Ook sinds deze uitspraak van het EHRM (6 juni jl.) houden de berichten aan over aanvallen van woedende moslims op Koptische christenen. De Egyptische interim-regering blijft te passief als het gaat om het beschermen van minderheden *)  zoals Koptische christenen tegen massale geweldpleging door moslims. Open Doors meldde dat er de afgelopen weken bij 73 kerken en kloosters vernielingen zijn aangericht en dat meer dan 200 winkels en woningen van christenen zijn aangevallen. Amnesty International heeft ook om een grondig onderzoek gevraagd naar diverse incidenten, waarbij het leger en de politie zich afzijdig hielden toen huizen van christenen werden geplunderd en in brand gestoken.

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Utrecht heeft onlangs (20 aug 2013) in de zaak van een christelijk gezin een voorlopige voorziening toegewezen vanwege de onzekerheid m.b.t. de actuele veiligheidssituatie in Egypte en de eventuele risico’s bij terugkeer.

Geen nieuw Nederlands beleid
De Kamerleden Slob en Voordewind (ChristenUnie) hebben vragen gesteld aan minister Timmermans van Buitenlandse Zaken. In zijn beantwoording (26 aug 2013) schrijft de minister o.a.:
Waar Egypte in de afgelopen jaren een voortdurende spanning heeft gekend tussen moslims en christenen, is deze spanning sinds de machtswisseling verder toegenomen. Het staat vast dat individuele Egyptenaren deze onrust hebben aangegrepen om geweld te plegen tegen christenen. Het kan niet met zekerheid gesteld worden dat sprake is van georganiseerd geweld door politieke bewegingen. Van een georganiseerde religieuze zuivering is geen sprake. Er is op dit moment geen eenduidige en betrouwbare informatie beschikbaar over aantallen slachtoffers en over aantallen kerken die vernield zijn.”
(…)
De interim-regering heeft haar intenties om de koptische minderheid te beschermen duidelijk uitgesproken maar is in de huidige instabiele situatie niet consequent in staat gebleken noodzakelijke verbeteringen in de wijze van opereren van lokale autoriteiten door te voeren.”

Volgens de minister geeft de huidige situatie “vooralsnog geen aanleiding om koptische christenen in het asielbeleid aan te wijzen als risicogroep” en “een nieuw thematisch ambtsbericht wordt op dit moment niet nodig geacht”.


*) Van de 85 miljoen inwoners van Egypte is 9% lid van de Koptisch-Orthodoxe Kerk; 1% behoort bij overige christelijke kerken, waaronder de Koptisch-Katholieke Kerk.


Meer informatie:
De uitspraak van het EHRM d.d. 6 juni 2013 (Engelstalige samenvatting, 4 pag's pdf-bestand)
De antwoorden d.d. 26 augustus 2013  van minister Timmermans van Buitenlandse Zaken op kamervragen van Voordewind d.d. 15 juli 2013
De antwoorden d.d. 26 augustus 2013 van minister Timmermans op kamervragen van Slob d.d. 7 augustus 2013

Lees ook:
11-05-12  EU Hof van Justitie over betekenis godsdienstvrijheid in asielprocedure
Een artikel op de site van de Raad van Kerken met o.a. citaten van bisschop Yohanna Qulta, vice-patriarch van de Koptisch-Katholieke Kerk in Egypte