13 maart 2012

Opmerkelijke uitspraken in zaken van Iraanse bekeerlingen

Opmerkelijke uitspraken in zaken van Iraanse bekeerlingen
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft de uitzetting uit Nederland van een Iraanse bekeerling verboden door middel van een zgn. interim measure d.d. 12 maart 2012. Enkele dagen eerder heeft de Raad van State het hoger beroep van een Iraanse bekeerling aangehouden. Ook de Rechtbanken van Haarlem en Zwolle hebben onlangs beroepen van Iraanse bekeerlingen gegrond verklaard.

De voorlopige voorziening van het EHRM betrof een Iraanse asielzoeker die in Nederland tot het Christendom was bekeerd. Hij werd vastgehouden in het Detentiecentrum Rotterdam en mag voorlopig niet worden uitgezet. Het Hof besluit tot deze maatregel als wordt ingeschat dat uitzetting mogelijk een schending oplevert van de mensenrechten die worden gewaarborgd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Enkele rechtbanken in Nederland hebben in zaken van Iraanse christenen de negatieve beschikking van de IND in beroep vernietigd. In een uitspraak van de Rechtbank Zwolle van 1 maart 2012 wordt vastgesteld dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd hoe het standpunt dat teruggekeerde bekeerlingen zich ‘terughoudend’ moeten opstellen zich verhoudt tot de beleidsregel “dat van personen die in het land van herkomst een minderheidsreligie aanhangen niet wordt verlangd dat zij hun geloofsovertuiging verborgen houden”.

Voor de Rechtbank Haarlem (uitspraak eveneens gedateerd 1 maart 2012) zijn in de zaak van een Iraanse asielzoekster zoveel rapportages ingebracht waaruit blijkt dat christenen in Iran steeds meer repressie van de overheid ondervinden (o.a. van het US State Department en van de Common and Foreign Wealth Office van het Verenigd Koninkrijk) dat de rechtbank het niet eens kan zijn met het standpunt van de minister “dat eiseres haar geloof kan belijden zonder dat zij een reëel risico loopt op repercussies van de zijde van de Iraanse autoriteiten”.

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 8 maart 2012 aan advocaat Mr Verbaas laten weten dat het hoger beroep in de zaak van een Iraanse bekeerling wordt aangehouden in afwachting van de beantwoording door het Hof van Justitie van de Europese Unie van zogenaamde prejudiciële vragen, gesteld door het Bundesverwaltungsgericht (de hoogste rechtbank van de Duitse Bondsrepubliek). Ook daarbij draait het om de vraag of er sprake is van vervolging in het geval dat een bekeerde christen afziet van het bezoeken van kerkdiensten (“uitoefening van het geloof in het openbaar”) omdat anders zijn ‘fysieke integriteit, leven of vrijheid’ in gevaar is.

Op dit moment is dus onbekend hoe de IND zou moeten oordelen over asielaanvragen van bekeerde christenen uit Iran; de verwachting is dat al dergelijke zaken voorlopig zullen worden stilgelegd.

Aanvulling d.d. 15/3:
Inmiddels hebben de Tweede Kamerleden Voordewind (ChristenUnie), Van der Staaij (SGP), Dibi (GroenLinks), Gesthuizen (SP) en Samsom (PvdA) schriftelijke vragen gesteld aan minister Leers. Zij vragen hem om de behandeling van asielverzoeken van Iraanse bekeerlingen en eventuele uitzettingen op te schorten totdat het EU Hof de prejudiciële vragen heeft beantwoord.


Meer informatie:
De uitspraak van Rechtbank Zwolle zaaknr AWB 10/14081 d.d. 1 mrt 2012
De uitspraak van Rechtbank Haarlem zaaknr AWB 11/35302 d.d. 1 mrt 2012
Het persbericht van de ChristenUnie, als initiatiefnemer van de gestelde Kamervragen, d.d. 13 mrt 2012
De officiële tekst van de Kamervragen d.d. 15 mrt 2012

Zie ook:
18-11-11  Rechtbank Den Haag: bijwonen van kerkdiensten beperken is daad van vervolging