Procedurele en Juridische Zaken

 

W-document

Het W-document is een geldig identiteitsbewijs voor vreemdelingen in Nederland. Het eerste W-document dat een asielzoeker na aankomst in Nederland ontvangt, kan niet aangevraagd worden, maar wordt verstrekt door de IND. Er wordt automatisch een bericht verstuurd als dit W-document klaarligt om opgehaald te worden.

Het W-document heeft een geldigheidsdatum, net als een ander soort identiteitsbewijs, en kan dus verlopen. Het is belangrijk dat het W-document wordt verlengd vóór dit gebeurt.

Drie maanden voor het verlopen van het W-document kan er een nieuw document worden aangevraagd. Dit is niet nodig wanneer er al een verblijfsvergunning is verstrekt (de verblijfsvergunning wordt dan het nieuwe identiteitsbewijs). De aanvraag voor de verlenging van een W-document kan maximaal 8 weken duren.

Na een aantal weken komt er vanuit de IND schriftelijk bericht dat het W-document klaar ligt bij een IND-loket en daar afgehaald kan worden. Voor het afhalen van het W-document moet via www.ind.nl een afspraak gemaakt worden. De reiskosten naar het IND-loket worden door het COA vergoed. Dat geldt ook voor bezoeken aan het kantoor van de advocaat.

Aanvragen BSN-nummer

Asielzoekers die langer dan 6 maanden in Nederland verblijven, kunnen zich inschrijven in de Basisregistratie Personen (BRP). Zij ontvangen dan een Burgerservicenummer (BSN) en kunnen persoonlijke zaken regelen, zoals het openen van een bankrekening. 

De inschrijving in de BRP wordt momenteel centraal gecoördineerd vanuit het COA. Vanuit het coördinatiepunt van het COA ontvangen asielzoekers op een gegeven een uitnodiging voor hun inschrijving in de BRP. Helaas zijn er op dit moment lange wachttijden voor de inschrijving in de BRP, waardoor het ook langer duurt voor asielzoekers hun BSN-nummer ontvangen. Het feit dat een asielzoeker al langer dan 6 maanden in Nederland verblijft, leidt er niet toe dat deze asielzoeker voorrang krijgt. Alleen statushouders die nog niet staan ingeschreven in de BRP en dus nog geen BSN-nummer hebben krijgen voorrang.

Let op: in sommige gevallen kan een asielzoeker via een spoedprocedure wel met voorrang worden ingeschreven in de BRP. Een asielzoeker kan alleen met spoed een inschrijving in de BRP aanvragen wanneer deze staat ingeschreven voor een opleiding en/of wanneer deze een arbeidscontract aangeboden heeft gekregen. Om een spoedverzoek in behandeling te kunnen nemen, dient een asielzoeker namelijk de volgende stukken mee te kunnen sturen: een bewijs van inschrijving van de opleiding en/of een TWV (tewerkstellingsvergunning)/arbeidsovereenkomst (zie de volgende alinea).

Werken: betaalde arbeid en Reba-regeling

Een asielzoeker mag in Nederland betaald werk doen tijdens de asielprocedure. Daarvoor moet de asielaanvraag minstens 6 maanden geleden zijn ingediend. De regelgeving wordt op dit moment echter veranderd: de overheid wil onderscheid maken tussen kansrijke en kansarme asielzoekers. Voortaan zouden kansrijke asielzoekers al na 3 maanden toegang tot de arbeidsmarkt moeten krijgen, terwijl voor kansarme asielzoekers betaald werken niet meer mogelijk zal zijn.

Werken kan bovendien alleen met een tewerkstellingsvergunning (TWV), een document dat aantoont dat een asielzoeker mag werken. De potentiële werkgever, die een asielzoeker een arbeidscontract wil aanbieden, moet een TWV aanvragen bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). De TWV wordt pas verleend als een asielaanvraag minstens 6 maanden geleden is ingediend. Het 1e halfjaar (straks misschien: de eerste 3 maanden) kan een asielzoeker dus niet betaald werken. Het UWV controleert ook of de werkgever genoeg loon betaalt. Een asielzoeker heeft namelijk recht op dezelfde beloning als Nederlanders.

Om salaris te kunnen ontvangen moet de asielzoeker een bankrekening openen, en daarvoor is ook inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) nodig om een BSN-nummer te verkrijgen - zie hiervoor.

Iedere asielzoeker met eigen geld, door inkomsten uit betaalde arbeid of eigen vermogen, moet meebetalen aan de opvangkosten van hemzelf en het gezin. Dit heet de ‘Regeling eigen bijdrage asielzoekers’ (Reba). In deze regeling is vastgelegd hoe groot de maandelijkse bijdrage is die de asielzoeker moet afdragen. Dat hangt naast de hoogte van het vermogen of inkomen ook af van de samenstelling van het gezin.  De Reba geldt niet voor alleenreizende jongeren die een bijbaantje hebben. De asielzoeker moet bij de COA-locatie waar hij aan is gekoppeld melden dat hij eigen inkomsten of vermogen heeft en bijvoorbeeld een kopie van zijn salarisstrook inleveren.

Let op: de Reba geldt ook voor de bedragen aan dwangsommen die hij wellicht op last van de rechter van de IND heeft ontvangen, omdat de IND (veel) te laat is met beslissen op het asielverzoek. De Raad van State heeft in januari 2026 geoordeeld dat dwangsommen een’ financiële prikkel voor de minister’ zijn, maar geen immateriële schadevergoeding (zoals ‘smartegeld’) en daarom mag het COA de dwangsom betrekken bij het vaststellen van de eigen bijdrage; daarvoor moet het vermogen wel meer zijn dan de grens die in de Participatiewet is vastgelegd (€ 5.757 voor alleenstaanden en € 15.540 voor gezinnen).

Vrijwilligerswerk

Asielzoekers mogen daarnaast ook vrijwilligerswerk doen. Hiervoor is geen tewerkstellings­vergunning (TWV) nodig. Wel toetst het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) of er sprake is van vrijwilligerswerk. Daarom heeft een organisatie een vrijwilligersverklaring nodig. Een organisatie hoeft niet opnieuw een vrijwilligersverklaring aan te vragen als meer asielzoekers hetzelfde vrijwilligerswerk gaan doen.

Wanneer een organisatie een asielzoeker vrijwilligerswerk laat doen zonder vrijwilligersverklaring, dan is er sprake van overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en kan de organisatie een boete krijgen. Als een asielzoeker een verblijfsvergunning heeft, is er geen vrijwilligersverklaring meer nodig om vrijwilligerswerk te mogen doen. Op zijn verblijfsvergunning staat dan ‘arbeid vrij toegestaan, geen twv vereist’.

Verblijfsvergunning

Nadat een asielzoeker een positieve beslissing op de asielaanvraag ontvangt, wordt deze persoon een statushouder (ook wel vergunninghouder genoemd) en krijgt hij of zij een verblijfsvergunning. Nadat iemand een verblijfsvergunning ontvangt, dient binnen twee weken een huisvestings- en vergunninghoudergesprek met een programmabegeleider van het COA plaats te vinden. In dit gesprek stelt de programmabegeleider vragen over iemands arbeidsverleden, diploma’s, wat voor werk iemand zou willen doen en of iemand een netwerk in Nederland heeft. De antwoorden worden gebruikt om te bepalen in welke gemeente iemand gaat wonen (de zogenoemde koppeling).

Maximaal twee weken na dit eerste gesprek vindt een tweede gesprek met het COA plaats, waarin de vergunninghouder te horen krijgt aan welke gemeente diegene gekoppeld is en waar hij of zij dus gaat wonen. De betreffende gemeente gaat vervolgens op zoek naar een geschikte woonruimte. Let op: de wachttijden hiervoor zijn momenteel erg lang.

Goed om te weten is dat een vergunninghouder ook altijd zelf op zoek mag gaan naar woonruimte. Dit mag ook in een andere gemeente zijn dan de gemeente waaraan iemand gekoppeld is.

Belangrijke zaken om te regelen nadat iemand een verblijfsvergunning ontvangt, zijn:

Nadat een vergunninghouder een woning aangeboden heeft gekregen en het huurcontract hiervoor heeft ondertekend, heeft deze persoon twee weken de tijd om te verhuizen. Na twee weken stopt de opvang, begeleiding en financiële ondersteuning vanuit het COA. De begeleiding wordt overgenomen door een hulpverleningsinstantie in de gemeente. Deze instantie en de gemeente kijken samen met de vergunninghouder naar het afsluiten van verzekeringen, het aanvragen van een uitkering en toeslagen en het aanvragen van het inrichtingskrediet. 

Beslistermijn IND, ingebrekestelling en dwangsom

Met de invoering van het Europees Asiel- en Migratiepact op 12 juni 2026 is de beslistermijn voor asielaanvragen zes maanden. Voor oudere aanvragen gold in principe ook die zes maanden, maar het kabinet had besloten die tot 15 maanden te verlengen. Over de rechtmatigheid van die verlenging werd geprocedeerd bij de Raad van State en het Hof van Justitie van de EU. Naar aanleiding van de uitspraak van het Hof, dat de beslistermijn alleen verlengd mag worden als er sprake is van een plotseling aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen in een korte periode (en dus niet vanwege capaciteitsproblemen en hierdoor ontstane achterstanden bij de IND), heeft de minister per 1 juni 2026 alle eerdere verlengingen van de beslistermijn teruggedraaid.

Is de wettelijke termijn voorbij, maar heeft de IND nog geen beslissing genomen? Dan kan de advocaat die aan de asielzoeker is toegewezen de IND in gebreke stellen. Hiervoor is een formulier te downloaden op de website van de IND. Wanneer de IND in gebreke wordt gesteld, moet zij binnen 2 weken alsnog een beslissing nemen op de aanvraag. Doet de IND dit niet, dan kan de advocaat van de asielzoeker daarna in beroep gaan bij de rechter, het zogenoemde Beroep Niet Tijdig Beslissen (BNTB). De rechter bepaalt vervolgens de periode waarbinnen de IND alsnog moet beslissen.

Heeft de IND niet beslist binnen deze door de rechter opgelegde termijn? Tot nu toe legde de rechter dan de IND een dwangsom op, een boete die de IND aan de asielzoeker moet betalen. Vanwege de grote capaciteitsproblemen bij de IND moest deze dienst in 2024 € 36 mln en in 2025 zelfs bijna € 80 mln aan dwangsommen betalen wegens overschrijding van de wettelijke beslistermijn. Daarom is er op 4 juni 2026 in de Tweede Kamer een nieuwe wet aangenomen waarmee het opleggen van dwangsommen wordt afgeschaft. Ook hiertegen zal zeker worden geprocedeerd. Het Handvest van de Grondrechten van de EU geeft namelijk iedereen recht op een doeltreffende voorziening om te kunnen procederen tegen een overheid die in gebreke blijft. Het afschaffen van de dwangsom betekent dat de asielzoeker geen effectief middel meer heeft om een snellere beslissing van de overheid af te dwingen.

Ondanks de miljoenen aan betaalde dwangsommen, zijn de beslistermijnen bij de IND in de praktijk inmiddels echter opgelopen, tot gemiddeld ruim 2 jaar. En in verband met de invoering van nieuwe wetten en regels per 12 juni 2026 (de datum dat het EU Asiel en Migratiepact in werking is getreden) zullen de beslistermijnen voor asielzoekers die vóór 12 juni 2026 asiel hebben aangevraagd helaas alleen nog maar verder oplopen. De IND zal namelijk 70% van haar capaciteit inzetten voor het behandelen van asielaanvragen die na 12 juni 2026 binnenkomen. De prioriteit wordt gelegd bij het respecteren van de nieuwe, Europese norm. De overige 30% capaciteit van de IND kan worden ingezet voor het behandelen van de oudere aanvragen.

Begin juni 2026 liggen er zo’n 54.000 dossiers op behandeling te wachten, waarvan meer dan de helft al ouder dan 15 maanden. De minister heeft een ‘Plan van Aanpak Openstaande Asielaanvragen van vóór 12 juni 2026’ gepresenteerd, waarmee de IND binnen maximaal 3 jaar na 12 juni 2026 op alle openstaande oude aanvragen een eerste beslissing moet hebben genomen. (NB: daarna kan bij een afwijzende beslissing nog een beroepsprocedure volgen!)

Gezinshereniging

Zodra een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt, heeft deze persoon recht op gezinshereniging. Dit betekent dat gezinsleden naar Nederland mogen komen. Hiervoor gelden echter strenge regels.

De ‘wet invoering tweestatusstelsel’ is inmiddels aangenomen door Tweede en Eerste Kamer. Daarmee wordt voortaan onderscheid gemaakt tussen asielzoekers die zijn gevlucht wegens persoonlijke vervolging; zij krijgen de a-status (‘vluchteling’) ; en asielzoekers die zijn gevlucht voor oorlog en geweld; zij krijgen de b-status (‘subsidiair beschermde’) en hebben daarmee veel minder rechten. Met name gezinshereniging wordt voor deze categorie heel moeilijk gemaakt.

Ook hier geldt echter dat het de vraag is of deze nieuwe Nederlandse wet wel in overeenstemming is met Europees recht. Het Grondwettelijk Hof van België heeft begin 2026 de strengere eisen voor gezinshereniging van ‘subsidiair beschermden’ (de houders van een b-status) geschorst en vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de EU.

Hoe zich deze juridische kwestie ook verder ontwikkelt, het is in ieder geval aan te raden om direct na het ontvangen van de verblijfsvergunning een aanvraag in te dienen; daarvoor staat een termijn van drie maanden. Het aanvragen van gezinshereniging is een complex en langdurig traject waarin VluchtelingenWerk voorheen ondersteuning bood. Asielminister Faber heeft zwaar bezuinigd op de subsidie aan VluchtelingenWerk. Het is op dit moment niet duidelijk in hoeverre dat door het kabinet-Jetten zal worden teruggedraaid; sommige gemeenten ondersteunen nu het plaatselijk VluchtelingenWerk zodat zij toch hun werk kunnen blijven doen.

Door de aanhoudende capaciteitsproblemen bij de IND duurt het sowieso erg lang voordat aanvragen voor gezinshereniging in behandeling worden genomen. De wachttijd voor biologische kinderen onder 18 jaar bedroeg in mei 2026 gemiddeld 7 tot 10 maanden.

Een werkinstructie gezinshereniging kunt u hier downloaden (pdf-bestand, 1 pagina).