• Gemeentehuis2-thumb
    INLIA - partner van gemeenten
  • Schouw_gerard_tk-lid_d66-thumb
    "De staatssecretaris stuurt aan op burgemeestersbonje" (Tweede Kamerlid Gerard Schouw, 30/9/14)
  • Zanen_jan_van_bm_utrecht-thumb
    "Openbare orde, daar ben ìk van en niet de staat" (burgemeester Jan van Zanen van Utrecht, 26/9/14)
  • Jos_wienen_bm_katwijk-thumb
    "We moeten voorkomen dat mensen creperen" (Jos Wienen, burgemeester van Katwijk en voorz Platform Asiel v/d VNG)
  • Victor_everhardt_wethouder_gem_utrecht-thumb
    "Dit is geen bestuurlijke ongehoorzaamheid maar onze eigen verantwoordelijkheid" (wethouder Victor Everhardt, Utrecht)
  • Tri_uit_wageningen_kinderpardonpas-thumb
    "Ze zeggen dat het terugsturen is, terwijl het eigenlijk wégsturen is" (Tri uit Wageningen, 11 jaar, afgewezen voor het kinderpardon)
Voorbeeld uitvoerings programma 

Inleiding

In goed overleg met de gemeente willen we op een verantwoorde wijze tot een niet-structurele, niet-geïnstitutionaliseerde, noodopvang voor dakloze asielzoekers komen. Een dergelijke noodopvang wordt gefundeerd op een aantal principes:
  • De opvang dient sober, doch humanitair verantwoord te zijn.
  • Opvang kan slechts plaatsvinden gedurende de periode waarin de asielzoeker voldoet aan de criteria die zijn afgesproken voor de noodopvang, en heeft derhalve een tijdelijk karakter..
  • De gemeente draagt zorg voor de financiering zodat het kerkelijke en maatschappelijke veld in de gelegenheid zijn de nodige zorgtaken uit te voeren.
  • De op dit terrein landelijk werkzame organisatie INLIA wordt belast met de toetsing aan de vastgestelde criteria voor verwijzing tot toelating in de opvang, bewaakt het dossierverloop en beëindigt de verwijzing als betrokkene niet langer aan de criteria voldoet.
  • Gezamenlijk met alle betrokken partijen wordt getracht de verantwoordelijkheid terug te brengen waar deze thuishoort: in Den Haag.

Uitgangspunten voor het concrete uitvoeringsvoorstel t.b.v. de gemeente … :

• Uitbesteding van het beheer van een nieuwe noodopvang aan ervaren professionals. Het “Delfzijl/Appingedam-model” is hierbij als basisprincipe gebruikt.

• Verbreding van het maatschappelijk draagvlak is van belang voor de continuïteit een dergelijke voorziening. In dit voorstel wordt uitgegaan van de deelname en actieve inbreng van ervaren organisaties gekoppeld aan een uitvoerbare en op een breed samenwerkingsverband toegesneden structuur.

• Een breed samenwerkingsverband wordt geformaliseerd in een Platform van participerende kerken en maatschappelijke organisaties. Dit Platform is een klankbord voor het bestuur en de contactlijn naar de eigen (bestuurlijke) achterban. Op vrijwel alle plaatsen in het land wordt op deze wijze gewerkt en de ervaringen met dit model zijn erg positief.

• Het Platform in brede samenstelling zal een stichtingsbestuur aanstellen. Het bestuur van de bestaande stichting zal een afvaardiging kunnen benoemen in het Platform teneinde de door hun opgedane ervaringen mee te kunnen nemen.

• De uitkomst van de capaciteitsbehoefteberekening is de basis voor de vaststelling van de gewenste beddencapaciteit. Zoals gebruikelijk ook voor andere gemeenten wordt die opgemaakt door INLIA t.b.v. van een begroting voor de noodopvangvoorziening.

• De kostprijs zal tussen de 12,50 en 15,00 Euro per bed per dag bedragen. Hierin zijn in ieder geval de volgende kosten voorzien; professioneel 24-uurs beheer, alle voorzieningen in het pand (wasmachines, drogers, was- en kookgelegenheid, etc), leefgeld voor de gasten en organisatiekosten voor de nieuw op te zetten stichting.

• De criteria worden door INLIA toegepast zoals in bijna 80 gemeenten in het land naar tevredenheid van alle betrokken partijen.

Aantallen asielzoekers in de gemeente ….

Uit de door de gemeente aangeleverde cijfers blijkt het volgende:

Decentrale opvang 100 personen
Centrale opvang 316 personen

TOTAAL 416 personen

Capaciteitsbehoefteberekening

Voor de berekening van de capaciteitsbehoefte voor de gemeente …. kunnen we niet anders dan uitgaan van vreemdelingen die in potentie in aanmerking kunnen komen voor de noodopvang. De berekening heeft dus plaatsgevonden op basis van de door de gemeente aan ons verstrekte gegevens.

Voor de berekening van de capaciteitsbehoefte is een rekenmethodiek toegepast die ook voor alle andere met ons samenwerkende gemeenten is en wordt gebruikt. Deze methodiek is gebaseerd op monitoring van vertrekprocessen over een periode van twee jaar.

Bij de berekening is rekening gehouden met de in-, door- en uitstroom: toelating, verwijderingen, vertrek onder toezicht en herplaatsingen. Daarnaast is rekening gehouden met het vertrek Met Onbekende Bestemming (MOB) naar derde landen alsook naar andere delen van het land (veelal naar de randstad). Daarnaast is gekeken naar het landelijke gemiddelde percentage van vreemdelingen die daarbij voldoen aan de eerder gestelde criteria. Tevens zijn we, op basis van de ervaringen in gemeenten waar al sprake is van een noodopvangvoorziening, uitgegaan van een doorstroming van 2,5 persoon per bed per jaar.

Er is al rekening gehouden met de afnemende aantallen bij de instroom (-40%) en met de opvang van Dublin-claimanten door de COA alsmede met de toename van het aantal AC afdoeningen en de uitstroomproblemen in relatie tot bijv. Somaliërs.

Buiten Gemeentelijke Opvang (BGO)

80 % van de opvangcapaciteit is bestemd voor vreemdelingen die op straat terecht zijn gekomen in de gemeente …. De overige 20 % is bestemd voor asielzoekers die in een Aanmeldcentrum op straat zijn gezet. In Nederland zijn vier aanmeldcentra voor asielzoekers: Rijsbergen, Schiphol, Zevenaar en Ter Apel. Tegenwoordig worden meer dan 60% van de asielverzoeken via een verkorte procedure (AC procedure) in een aanmeldcentrum afgedaan. De betreffende asielzoekers kunnen vervolgens nog wel in beroep gaan, maar krijgen gedurende de tijd dat ze in afwachting zijn van de behandeling van het beroep (enkele weken), geen opvang. Als het beroep gegrond wordt verklaard, volgt er wel weer opvang van rijkswege. Omdat het om zulke grote aantallen gaat, voorziet de methodiek die INLIA landelijk hanteert erin dat alle betrokken gemeenten 20 % van hun noodopvangcapaciteit reserveren voor deze groep mensen, teneinde te voorkomen dat grote groepen mensen, in afwachting van de uitslag van hun beroep, door het land gaan zwerven. Omdat deze mensen niet uit de eigen gemeente afkomstig zijn, wordt hiervoor de term Buiten Gemeentelijke Opvang (BGO) gebruikt.

De capaciteitsbehoefte

Gemeten aan de te verwachten vreemdelingen die zouden kunnen voldoen aan de gestelde criteria, op basis van de door de gemeente verstrekte gegevens komen wij tot de volgende uitkomst:

Op jaarbasis: 43 personen : 2.5 pers. per bed per jaar maakt 17 bedden
BGO 20%: 8 personen : 2.5 pers. Per bed per jaar maakt 3 bedden

Totale behoefte : 20 bedden

In deze berekening zijn we uitgegaan van een gemiddelde, dus geleidelijke uitstroom uit de reguliere (centrale en decentrale) opvang.

Indien veel mensen, die zouden voldoen aan de gestelde criteria, gelijktijdig uit de opvangvoorzieningen worden verwijderd, blijven de totale aantallen vreemdelingen en de financiële consequenties wel gelijk maar neemt de behoefte aan acute beschikbaarheid van het aantal bedden, weliswaar voor een kortere periode, toe.

Financiële consequenties daggeldvergoeding

Hierbij is uitgegaan van de kosten zoals deze door (vrijwel) alle betrokken gemeenten worden vergoed. Op grond van de standaardberekening betaalt de gemeente … € 12,50 per bed per dag. Indien andere gemeenten gebruik willen maken van overcapaciteit in de opvanglocatie, betalen zij hiervoor € 15 per bed per dag.

Op jaarbasis zal de gemeente … derhalve 20 x € 12,50 x 365 = € 91.250 aan daggeldvergoedingen kwijt zijn.

Niet meegenomen in de berekening zijn de kosten voor de opzet en de organisatie door INLIA. Het gaat hierbij om eenmalig 1.4 % van de totale begroting. Ook niet meegenomen zijn eventuele extra kosten voor schoolgaande kinderen (buskaart of fiets), reiskosten voor de vreemdelingen die voor hun procedure moeten verschijnen bij bijvoorbeeld een rechtszitting en eventuele legeskosten. Wel meegenomen in de berekening zijn de huisvestingskosten, 24-uurs beheer van de opvanglocatie, het levensonderhoud en tal van andere voorzieningen.

De subsidiebeschikking

De gemeente stelt middelen ter beschikking om daarmee het maatschappelijk draagvlak middels een rechtspersoon in de vorm van een Stichting en het daaraan gekoppelde Platform vanuit de betrokken kerken en maatschappelijke organisaties in staat te stellen een opvangvoorziening te organiseren en uit te voeren. Hiervoor is een daarop toegesneden subsidiebeschikking noodzakelijk.

Deze subsidiebeschikking bevat onder meer:

• De overwegingen (kan verwijzing zijn naar de notitie en het uitvoeringsprogramma)
• Vermelding van het doel (kan verwijzing zijn naar de notitie en het uitvoeringsprogramma)
• Toepassing criteria conform de INLIA notitie.
• Toepassing in- , uitstroom- , en voortgangsprocedure conform uitvoeringsprogramma
• Vooralsnog voor de duur van 1 jaar
• Vaststelling data formele evaluaties van het programma (uitvoering, voorzieningen, etc.) na 6 maanden en na 9 maanden
• Vaststelling procedure t.b.v. voortzetting of ontbinding (in tiende maand)
• Beschikbaarstelling onder voorwaarden van tijdelijke overcapaciteit
• Betalingen worden - voorafgaand - per kwartaal ter beschikking gesteld aan de Stichting.
• De Stichting draagt zorg voor de betalingen per kwartaal - voorafgaand - aan … BV en aan INLIA.

Organisatiestructuur

De rechtspersoon

Een rechtspersoon (Stichting) is formeel verantwoordelijk voor de zorg aan de dakloze vreemdelingen die aan de door de gemeente vastgestelde en door INLIA getoetste criteria voldoen. Ze is verantwoordelijk voor de vaststelling van het beleid van de Stichting, overlegt met en legt verantwoording af aan alle betrokken (particuliere en subsidieverstrekkende) partijen (gemeenten, INLIA, Platformleden, etc.). Het bestuur wordt door het hierna te noemen Platform aangesteld.

Het Platform

De maatschappelijke organisaties en kerken hebben gezamenlijk een overlegstructuur gevormd. Zij worden hierbij gesteund vanuit – daar waar de structuur dit toelaat – hun eigen provinciale organen (zoals bijv. door de provinciale afdeling van het Nederlandse Rode Kruis). Dezen hebben op zich genomen dit overlegorgaan te stimuleren middels de locale organen en te komen tot een breed opgezet kerkelijk en maatschappelijk Platform bestaande uit (vertegenwoordigers van) kerken en maatschappelijke organisaties, zoals het Nederlandse Rode Kruis (NRK), Leger des Heils (LdH), Vluchtelingenwerk (VW), Humanitas, etc, die bij de ontwikkeling, ondersteuning en aansturing van de uitvoering betrokken zijn.
Iedere participerende kerkelijke gemeenschap of maatschappelijke organisatie benoemt een afgevaardigde en een plaatsvervanger in het Platform.
Het Platform is zowel een klankbord (vanwege de diversiteit aan ervaring en deskundigheid van de betrokken organisaties) ter ondersteuning van het bestuur van de stichting alsook het doorgeefluik in de terugkoppeling naar de eigen (bestuurlijke) achterban. Tevens zijn zij de contactpersonen voor het plaatselijke Opvang Coördinatie Team t.b.v. de inzet van vrijwilligers vanuit de eigen kerk of organisatie.
Door de samenstelling van het Platform en de taakstelling wordt de betrokkenheid in de gemeenschap en de continuïteit duurzaam gewaarborgd.

Landelijk hebben organisaties uit het maatschappelijke werkveld hun goedkeuring reeds uitgesproken voor participatie van hun locale/regionale afdelingen/structuren om deel te nemen aan dergelijke noodopvangvoorzieningen, waaronder het NRK, Humanitas en VluchtelingenWerk Nederland (VWN). Bij VWN geldt het voorbehoud dat de locale vluchtelingenwerkgroepen geen bestuurlijke verantwoordelijkheid dragen voor de noodopvang. Het NRK draagt vanuit het landelijke bureau in Den Haag ook actief bij aan het activeren van regionale afdelingen om te participeren bij de opzet in het land.
Daar waar deze maatschappelijke organisaties nog niet genoemd zijn om te participeren kunnen zij daar waar gewenst hiertoe worden uitgenodigd.

Coördinatieteam

Naast een bestuur en een platform moet er ook een coördinatieteam worden geformeerd.

Taken van het Coördinatieteam:

• Organisatie en communicatie
• Vrijwilligers en roostering
• Medische zorg
• Onderwijs en kindernevenactiviteiten
• Financiën en administratie

Een combinatie van verantwoordelijkheden is goed denkbaar, zolang de uitvoering van deze taken maar gewaarborgd is. Dit coördinatieteam is verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid en de aansturing van de betrokken vrijwilligers.Dit laatste in goed overleg met de beheerder.

Beheer opvanglocatie

Het beheer van de opvanglocatie zal niet, zoals in veel plaatsen elders in het land, vallen onder de verantwoordelijkheid van de locale stichting. In plaats daarvan is, in navolging van de methodiek die in de gemeenten Delfzijl/Appingedam is gebruikt, gekozen voor een structuur waarbij het beheer wordt uitbesteed aan een BV die is opgericht door ervaren en professionele oud-COA medewerkers. Een dergelijke structuur is te prefereren wanneer het gaat om een relatief grote opvanglocatie.

Middels een contract met …BV, huurt de rechtspersoon plaatsen en voorzieningen in. De samenwerking tussen de rechtspersoon en … BV zal plaatsvinden op basis van een contract, zoals ook opgemaakt voor de Stichting Noodopvang Delfzijl/Appingedam. Ook daar voert … BV het professionele beheer over de 24-uurs begeleide opvangvoorziening.
De doelgroepen in het contract zijn identiek aan de doelgroepen die worden gehanteerd in alle gemeenten in het land waarmee INLIA al werkt.

… BV draagt zorg voor:
De organisatie en het beheer van de opvangvoorziening, schoonhouden van de ruimten (m.m.v. de gasten), voldoende gelegenheid voor persoonlijke verzorging, de verstrekking van financiën voor twee broodmaaltijden en een warme maaltijd. Tevens draagt zij zorg voor de rust in het gebouw van 22.00 uur tot 08.00 uur, CV - warming, water en licht en mogelijkheden de was te doen en te drogen. Het spreekt voor zich dat zij ook het toezicht houdt op de naleving van huisregels. … BV werkt uitsluitend op basis van de F2 verwijzingen (zie verderop bij “In- en uitstroomtraject”) van INLIA op basis van de geldende criteria. Daarbij zullen 47 bedden in beheer zijn voor de gemeente … en de resterende bedden – net zoals in Appingedam – beschikbaar worden gesteld aan meewerkende gemeenten die een (tijdelijk) opvangcapaciteitstekort hebben.

In- en uitstroomtraject

Algemeen

De instroom, procesbewaking en uitstroom dienen goed gestructureerd te zijn en waarborgen te bevatten voor de betrokken gemeenten (financiers) en alle andere betrokken partijen.
De doelgroepen waarover overeenstemming bestaat bij de gemeente, gelijk als elders in het land bij de gemeenten waar INLIA mee samenwerkt, zijn:

• Legaal in Nederland verblijvende vreemdelingen die verstoken zijn van voorzieningen van Rijkswege (geen opvang/huisvesting, geen inkomsten/uitkering, geen ziektekosten/WA-verzekering), mits er sprake is van voldoende gronden voor het voeren van de betreffende procedure (ter beoordeling door INLIA).
• Vreemdelingen die actief en controleerbaar meewerken aan hun vertrek na definitieve afwijzing van hun aanvraag om toelating maar dit niet binnen de door de rijksoverheid gestelde termijn (meestal 28 dagen) kunnen realiseren en daardoor buiten de voorzieningen van rijkswege komen te vallen.
• Vreemdelingen voor wie het voor het gemeentebestuur op humanitaire gronden onacceptabel is dat zij buiten enige vorm van opvang verblijven. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een ernstig zieke of een hoogzwangere vrouw. Een andere bijzondere omstandigheid - mits nadrukkelijk overeengekomen door betrokken partijen - behoeft niet te worden uitgesloten.


INLIA hanteert bij de toetsing aan de criteria vaste procedures zoals die al geruime tijd goed blijken te functioneren, in overeenstemming met de al langer bij de opvang betrokken gemeenten.

De uiteindelijke toetsing zal bij INLIA dienen plaats te vinden vanuit de volgende (o.a. risico-vermijdende) overwegingen:

• Vermijding van (persoonlijke positieve of negatieve) betrokkenheid vanuit een andere (werk-) relatie tussen de dakloze asielzoeker en individuen, kerken en/of maatschappelijke organisaties in de regio. Dergelijke betrokkenheid kan tot ongewenste emotionele druk en beïnvloeding leiden. Hiervan zijn al de nodige voorbeelden.
• Vermijding van de schijn in de politiek en in de publieke opinie (media) dat directe belangenbehartigers (bijvoorbeeld een Vluchtelingenwerkgroep) vanuit de eigen betrokkenheid bij lopende (bijv. HASA-) procedures van de potentiële opvangkandidaten, een eigen belang in de Stichting Noodopvang dienen.
• Waarborgen voor eenduidige toepassing van de beoordelingsprocedures gerelateerd aan de andere betrokken gemeenten in het land die met hetzelfde INLIA-model werken.
• Eenduidigheid bij de toetsing aan de criteria, bijvoorbeeld de toetsing of er bij een herhaalde asielaanvraag (hasa) daadwerkelijk sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden (nova).
• Gebruikmaking van de daartoe ingestelde Adviescommissie van betrokken, en in de commissie benoemde, bestuurders (burgemeesters en wethouders) en externe deskundigen teneinde een zo eenduidig mogelijk beleid te kunnen voeren.
• Eenduidigheid in de procesbewaking t.b.v. van de uitstroom.
• Gebruikmaking van de afspraken en/of samenwerking tussen andere landelijke organisaties en INLIA.
• Gemeenschappelijke (beleidsmatige) afstemming met alle betrokken gemeentebesturen tijdens het periodieke, landelijke Besloten Overleg met gemeentebesturen en INLIA.
• Landelijk geautomatiseerde registratie en documentatie door INLIA. Dit is zowel voor het volgen van de ontwikkelingen van belang als ter voorkoming van aanmeldingen van mensen die aan het shoppen zijn (bijvoorbeeld iemand ten aanzien van wie op een andere opvanglocatie de toegang is ontzegd wegens niet meewerken, misdragingen of om welke andere reden dan ook).
• De mogelijkheid wordt geboden, indien nadrukkelijke omstandigheden daar aanleiding toe zouden geven, om gasten (tijdelijk) uit te wisselen met andere gemeenten en opvanglocaties in een ander deel van het land.

Toepassing toetsing en verwijzing
Om een snelle, zorgvuldige en volledige toetsing te laten plaatsvinden, is het van belang dat INLIA tijdig wordt benaderd voor de toetsing aan de criteria. Hierdoor worden paniekzaken aan de deur van het gemeentehuis en de opvanglocaties vermeden.
VluchtelingenWerk heeft in veel gevallen (overigens niet altijd in het geval van een AC-afdoeningszaak) contact met de potentiële dakloze vreemdelingen vanwege de begeleiding die zij veelal geeft aan asielzoekers die dit zelf wenselijk achten. Op grond hiervan is er een belangrijke taak voor VluchtelingenWerk weggelegd in het tijdig signaleren van het buiten de voorzieningen geraken van asielzoekers. Ten aanzien van de onthoudingen van de voorzieningen aan asielzoekers waarmee VluchtelingenWerk geen contact heeft is het wenselijk dat de gemeente met het COA afspreekt dat bij alle ontruimingen uit de voorzieningen waarvoor het COA verantwoordelijk is, melding wordt gemaakt bij de gemeente (dit dient nog besloten te worden door de gemeente).
Daar waar VluchtelingenWerk contacten onderhoudt met nog in voorzieningen verblijvende vreemdelingen, zal VluchtelingenWerk vanaf het moment dat een finale vertrektermijn wordt verstrekt door het COA (28 dagen voor verwijdering uit de voorziening) het betreffende dossier bij de CrisisDesk van INLIA aanmelden voor toetsing aan de eerdergenoemde criteria, indien de betreffende asielzoeker(s) laat (laten) weten aanvullende opvang nodig te hebben. VluchtelingenWerk heeft, daar waar ze bekend is met het dossier, ook de meest relevante gegevens bij de hand en heeft vaak een bredere kennis van de achtergrond van betrokkenen.


Intakeregistratie en toetsing (F1 procedure)
De crisisdesk van INLIA kan in het geval van tijdige aanmelding in een relatief korte termijn toetsen of een vreemdeling aan de criteria voldoet middels de zogeheten F1 procedure, dus voordat de betrokkene zonder voorzieningen op straat staat. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een uitgebreid intakeformulier (F1-formulier) en een toepassingsprogramma dat speciaal voor de noodopvang is ontworpen.

Vreemdelingen die door VluchtelingenWerk (of door andere instanties of particulieren) bij INLIA worden aangemeld, worden door middel van een (in eerste instantie meestal) telefonische intake in behandeling genomen. Tijdens deze intake worden persoonsgegevens, gegevens inzake de beëindiging van de voorzieningen, gegevens inzake de juridische situatie van de betrokkene(n) en eventuele medische gegevens in de centrale databank opgenomen.
Aan de hand van deze gegevens kan een eerste beoordeling plaatsvinden. Indien hieruit blijkt dat de betrokkene(n) aan de criteria lijkt te voldoen zoals deze voor de noodopvang worden gehanteerd, zal INLIA bij de aanmelder de relevante stukken opvragen die het harde bewijs vormen om tot een positieve beoordeling - en dus een mogelijke verwijzing - over te gaan. Dit is de zogeheten F1-procedure.

• Voorbeeld: het asielverzoek van een asielzoeker is afgewezen. Hiermee wordt het asielgedeelte van de vreemdeling afgesloten. Echter, betrokkene heeft ook een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op medische gronden. Desondanks verliest de asielzoeker zijn voorzieningen van het COA. De relevante stukken inzake de andere aanvraag zullen door INLIA worden opgevraagd. Uit deze stukken zal moeten blijken wat voor procedure er exact loopt, in welk stadium de procedure zit, of de betrokkene deze procedure legaal mag afwachten en wat de medische gronden zijn op basis waarvan de aanvraag is ingediend.

In het geval van een herhaald asielverzoek vindt er een toetsing plaats ter vaststelling of er sprake is van werkelijke nieuwe feiten en omstandigheden (nova) zoals de wetgever het heeft bedoeld. Ook bij een reguliere aanvraag (bijvoorbeeld de eerdergenoemde aanvraag voor een VTB - medische behandeling) wordt getoetst of er sprake is van voldoende gronden om een dergelijke aanvraag in te dienen. Het gaat hierbij om een marginale toetsing. INLIA gaat dus niet op de stoel van de IND of de rechter zitten.

Wanneer alle gegevens en bijbehorende stukken compleet zijn, zal de consulent van INLIA een beslissing nemen. Vervolgens wordt deze gecontroleerd en geaccordeerd of herzien door een senior medewerker.
Het kan ook voorkomen dat VluchtelingenWerk een zaak niet onder de aandacht van INLIA brengt of dat asielzoekers geen contact hebben met VluchtelingenWerk, terwijl een particulier of een andere instantie wel besluit een opvangverzoek in te dienen bij INLIA. In dat geval toetst INLIA ook aan de criteria en zal er een verwijzing (conform F2 procedure) worden afgegeven indien de toetsing een positief resultaat oplevert.

Indien een (potentieel dakloze) vreemdeling zou kunnen voldoen aan het 3e (humanitair/medisch) criterium is het voorbehouden aan de gemeente om op aangeven van INLIA te bepalen of betrokkene aan het criterium voldoet. Voorafgaande aan het verstrekken van een verwijzing zal INLIA de optie voorleggen aan de gemeente. Hiervan kan alleen worden afgeweken als de betrokken gemeente heeft ingestemd met een voorstel van de landelijke adviescommissie om onder bepaalde duidelijk omschreven humanitair/medische omstandigheden positief te verwijzen.

Opvangverwijzingsprocedure (F2 procedure)
Indien de beoordeling door INLIA een positief resultaat oplevert, zal INLIA middels een verwijzingsformulier (F2) de betrokkene(n) verwijzen naar het coördinatieteam van de Stichting Noodopvang …. en de beheerder van de noodopvanglocatie. Tevens zal een afschrift van het F2-plaatsingsformulier worden verstuurd naar de betrokken gemeente, zodat de gemeente (in)zicht heeft in de toepassing van de procedure in relatie tot de vastgestelde criteria en ook controle hierop kan uitoefenen. Ook de aanmelder krijgt bericht van het resultaat. Het F2-formulier bevat alle benodigde/relevante informatie voor de opvanglocatie waarmee zij in staat zullen zijn adequate begeleiding te geven.

Indien INLIA heeft vastgesteld dat de betrokkene niet aan de criteria voldoet, wordt de aanmelder hierover middels een bericht van afwijzing geïnformeerd. Dit zal zo nodig aan de Stichting Noodopvang worden gemeld.

De Stichting Noodopvang ….. heeft de mogelijkheid om te besluiten mensen niet op te nemen, ook als INLIA wel een positieve verwijzing afgeeft. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat een aantal mensen absoluut niet bij elkaar in één opvanglocatie geplaatst kan worden. Er zal dan door de stichting onderzocht worden of er een ruil kan worden georganiseerd met een ander dossier in een andere opvanglocatie. Indien gewenst, kan INLIA gevraagd worden om te onderzoeken of een ruilmogelijkheid aanwezig is met mensen uit een andere opvanglocatie in het land.

Overige opvangregelingen bij capaciteitsoverschot
Het komt voor dat een bepaalde gemeente waar een asielzoeker buiten de voorzieningen staat (bijv. vanuit een AZC) nog geen noodopvang heeft kunnen realiseren terwijl men daar al wel aan werkt. Indien er overcapaciteit is in een opvanglocatie van een andere gemeente, kan de gemeente die nog geen opvanglocatie heeft mensen in deze opvanglocatie plaatsen, mits de gemeente met het capaciteitsoverschot daarvoor open staat. Dit gebeurt op basis van een standaardcontract. In dit contract is een bepaling opgenomen waarin de uitplaatsende gemeente verklaart de betrokkene(n) terug te zullen nemen indien de gemeente in wiens opvanglocatie is geplaatst de ruimte nodig heeft voor asielzoekers uit de gemeente zelf. Tevens is de vergoedingsom in dat contract geregeld (zie bijlage ‘standaardcontract’). De beoogde opvanglocatie heeft een overcapaciteit van …. bedden. Om dit programma te kunnen uitvoeren is het noodzakelijk de niet door de gemeente …. benodigde capaciteit door andere gemeenten te laten inhuren

Daarnaast worden ook opvangverzoeken die afkomstig zijn van vluchtelingenwerkgroepen en rechtshulpverleners in de Aanmeldcentra (Zevenaar, Rijsbergen en Ter Apel) door INLIA getoetst. Indien vreemdelingen voldoen aan de criteria en er nog ruimte is in het kader van de BGO-plaatsen (zie pagina 3), zal INLIA, na overleg met de Stichting Noodopvang, een plaatsingsverwijzing verstrekken middels een F2-formulier.

Opvangbegeleiding en uitstroomprocedure
INLIA wijst voor iedere opvanglocatie een consulent aan, die zich met name bezig houdt met het volgen van de ontwikkelingen in de procedures van de mensen die worden opgevangen, en het rapporteren hierover. Ook fungeert deze persoon als aanspreekpunt, bij wie de locale stichting terecht kan met diverse vragen en problemen. Tussen de contactpersonen van INLIA, de beheerder (… BV), en de Stichting Noodopvang worden afspraken gemaakt over de communicatie (frequentie, manier van communicatie, etc.)

De voortzetting van toetsing aan de criteria brengt niet met zich mee dat INLIA de inhoudelijke juridische uitvoering c.q. procesondersteuning doet. Deze taak blijft gelegen bij de rechtshulpverlener en VluchtelingenWerk. Alleen in uitzonderlijke gevallen, en na afstemming met de betrokken partijen, kan INLIA besluiten juridische ondersteuning te geven.

Intrekking van de verwijzing.
• Op het moment dat blijkt dat een tijdelijke bewoner van de opvanglocatie niet meer aan de criteria voldoet, zal INLIA de opvangverwijzing schriftelijk intrekken.
• Er kan sprake zijn van doorstroom naar een COA-voorziening, verkrijging van een verblijfsvergunning of terugkeer naar het land van herkomst. Ook kan het zo zijn dat betrokkene onvoldoende meewerkt aan de realisatie van gestelde doelen door zich aan de meldplicht te onttrekken of onvoldoende mee te werken (via IOM of Ambassade) aan het vertrek. Ten slotte kan er sprake zijn van een definitieve afwijzing van de eventueel lopende procedure (hasa, vbt-regulier, etc), zonder dat betrokkene vervolgens bereid is mee te werken aan terugkeer.
• De intrekking van de verwijzing zal schriftelijk aan de Stichting Noodopvang …, de beheerder van de noodopvanglocatie, alsook aan de gemeente worden gecommuniceerd.
• INLIA beoordeelt het dossier in principe niet op eventuele mogelijkheden om nieuwe juridische procedures op te starten, uitzonderingen daargelaten.Wel kan INLIA aangeven wat een bewoner kan doen om opnieuw aan de criteria te voldoen (meestal gaat het dan om actieve en controleerbare medewerking aan terugkeer naar het land van herkomst na een afwijzing van een procedure die mocht worden afgewacht).
• De opvanglocatie bespreekt vervolgens deze mogelijkheden met de bewoner. De opvanglocatie bepaalt hoeveel dagen (geen weken dus) de bewoner krijgt om te beslissen wat hij of zij gaat doen, en wanneer hij of zij het huis dient te verlaten, indien de gemaakte keuze niet tot hernieuwd recht op opvang leidt.
• De opvanglocatie zal vervolgens zorgdragen voor de afmelding (datum vertrek van de gast) aan de gemeente en INLIA (onder meer t.b.v. de centrale registratie).

Afstemming via het Besloten Overleg met gemeentebesturen

Naast de toetsing aan de criteria, verwijzing naar noodopvanglocaties en ondersteuning bij het realiseren van noodopvang, biedt INLIA beleidsmatige advisering in relatie tot het Rijksoverheidsbeleid. Onder meer in dit kader wordt door INLIA, inmiddels op verzoek van de betrokken gemeenten, het landelijke "Besloten Overleg van betrokken gemeenten" georganiseerd en gecoördineerd. De landelijke adviescommissie van bestuurders en externe deskundigen draagt verder bij aan de eenduidigheid van zowel de toepassing van de criteria alsook ondersteunend aan het te voeren beleid van de betrokken bestuurlijke gemeenten.

Wat doet INLIA niet?

• Bepalen of iemand in een opvanglocatie wordt opgenomen. Dat bepaalt de opvanglocatie zelf (coördinatieteam, platform, bestuur) op basis van de overeenkomst met de gemeente.
• INLIA doet - uitzonderingen daargelaten - geen juridische procesondersteuning van mensen die opgevangen worden. Deze taak ligt primair bij de advocaat, andere rechtshulpverleners of VluchtelingenWerk.
• INLIA regelt - uitzonderingen daargelaten - geen advocaten voor mensen die opgevangen worden. Wel kan een beroep op het adresbestand worden gedaan en advies worden ingewonnen. Rechtshulp Noord en VluchtelingenWerk zijn in dat geval de eerst aan te spreken organisaties.
• INLIA bepaalt niet hoe lang een procedure duurt. Dat hangt af van de IND, de rechtbank, de IOM, de ambassade, etc.
• INLIA biedt geen medische of sociaal-maatschappelijke zorg aan de mensen die opgevangen worden. Daarvoor zorgen (gespecialiseerde) vrijwilligers van het samenwerkingsverband in de gemeente. Wel kan INLIA informatie verschaffen m.b.t. de adressen en de werking van het medische netwerk voor onverzekerden in het kader van de koppelingswet, verwijzen en/of adviseren.
• Indien mensen tijdens hun verblijf op de opvanglocatie een definitieve negatieve uitkomst van hun procedure krijgen, beoordeelt de zogeheten crisisdesk van INLIA, in het kader van deze vorm van opvang, het dossier in principe niet uitgebreid op eventuele mogelijkheden om nieuwe juridische procedures op te starten, uitzonderingen daargelaten.
• INLIA voert geen exitgesprekken met bewoners, wanneer hun opvangverwijzing is vervallen. Indien een bewoner niet langer aan de criteria voldoet, wordt dit door de Stichting INLIA schriftelijk aan de opvanglocatie, de beheerder en de betrokken gemeente gemeld. De Stichting INLIA geeft tevens aan wat de bewoner eventueel kan doen om opnieuw aan de criteria te kunnen voldoen (meestal gaat het dan om actieve en controleerbare medewerking aan terugkeer naar het land van herkomst). De opvanglocatie bespreekt vervolgens deze mogelijkheden met de bewoner. De opvanglocatie bepaalt (bij voorkeur in overleg met INLIA) hoeveel tijd de bewoner krijgt om te beslissen wat hij of zij gaat doen, en wanneer hij of zij het huis dient te verlaten, indien de gemaakte keuze niet leidt tot hernieuwd recht op opvang.
• Indien de opvanglocatie om wat voor reden dan ook (tijdelijk) haar activiteiten staakt, is INLIA niet verantwoordelijkheid voor de overplaatsing van de bewoners naar een andere locatie. Dit laat onverlet dat hierover met INLIA kan worden overlegd.
• INLIA bemoeit zich in principe niet met de vrijwilligers of interne organisatie van de Stichting Noodopvang. Dat kan gevraagd worden aan de kerkelijk werkers, zoals bijvoorbeeld de diaconaal consulenten of maatschappelijke activeringswerkers, of aan actief bij de opvang betrokken maatschappelijke organisaties, zoals VluchtelingenWerk, Humanitas, Rode Kruis, Leger des Heils, etc.

Samenvatting van de taakverdeling:

INLIA toetst aan de criteria, registreert relevante (juridische) ontwikkelingen in de betreffende procedures, verwijst en trekt verwijzingen in wanneer betrokkenen niet meer voldoen aan de criteria.

De advocaat/rechtshulpverlener en Vluchtelingenwerk verzorgen de juridische begeleiding tijdens de opvangperiode.

De Stichting Noodopvang ….. en de beheerder van de noodopvanglocatie dragen zorg voor de praktische opvang en begeleiding.

De beheerder van de noodopvangvoorziening, ….. BV,draagt zorg voor de dagelijkse leiding in de opvangvoorziening.