15 november 2017

'Wie maakt onze kleren?' INLIA weet het antwoord: Sa'ir

'Wie maakt onze kleren?' INLIA weet het antwoord: Sa'ir
Zondag Met Lubach gezien? “Wie maakt onze kleren?” vroeg presentator Arjen Lubach van de satirische nieuwsshow zich af - in een item over kinderarbeid, onveiligheid, lage lonen en andere misstanden in de internationale kledingindustrie. Bij INLIA, in de BBB+ in Groningen, weten we het antwoord: Sa’ir..  

Dat is te zeggen: Sa’ir maakte onze kleding. Vanaf zijn dertiende. Eerst in Pakistan, daarna in Iran en het laatst – tot een jaar geleden – in Turkije. Je moet wat, als je illegaal bent. Iets verdienen, hoe weinig ook, om te kunnen eten. Uren, uren en uren achtereen werken, in bedompte ruimtes. Daglicht komt er niet vaak aan te pas, evenmin als airco in de hitte of verwarming in de kou.

Zeker, zegt Sa’ir, het waren lange dagen. Maar ach: dat scheelt tijd op straat. In Turkije waren de omstandigheden iets beter, de dagen waren bijvoorbeeld minder lang. Hoe lang? Sa’ir maakt een wegwerpgebaar; onbelangrijk om het nu nog over te hebben. belangrijker was voor hem dat hij zo tenminste collega’s had. “Dan ben je niet alleen.”

Sa’ir is een jonge Rohingya. 21 jaar oud. Zijn ouders zijn Myanmar ontvlucht toen hij nog een baby was. Ook toen werd de Rohingya-minderheid in het land al vervolgd. Het gezin woonde eerst jaren in een vluchtelingenkamp in Bangladesh. Van daaraf ging Sa’irs tocht verder naar India, Pakistan, Iran, Turkije en uiteindelijk via Griekenland naar Nederland. Door illegaliteit steeds gedwongen verder te trekken, op zoek naar een gewoon, normaal bestaan.

Al in Bangladesh stierven zijn beide ouders. Sa’ir had een broer, maar op de verdere tocht verloren de broers elkaar uit het oog. Er is nog een oom, maar ook die is al lang uit het zicht. En nu hoopt hij in Nederland een legaal bestaan op te bouwen, met nieuwe mensen om zich heen. Nederlanders, Rohingya, andere nationaliteiten; het maakt hem niet uit. “Als je het maar fijn maakt met elkaar.”

Maar het is nog allerminst zeker dat Sa’ir zich hier zal kunnen vestigen: hij is in eerste instantie afgewezen. De IND gelooft niet dat hij Rohingya is. Ondanks een brief van de Rohingya gemeenschap in Nederland die bevestigt dat dit echt zo is. Sa’ir heeft al zijn hoop gevestigd op de lopende rechtszaak. Die zou binnen afzienbare tijd uitsluitsel moeten geven. Dan zullen we u opnieuw berichten over uw voormalige kleermaker.


Meer informatie:
Dit artikel is ook te vinden in de service-rubriek 'Artikelen voor uw kerkblad'.
Het is daar te downloaden als Word-bestand, dat u zo in uw kerk- of parochieblad kunt plaatsen.