18 januari 2010

Categoriaal beleid: standpunt INLIA

Zoals wij u reeds eerder berichten op de website (bericht van 15/12/09) is de Staatssecretaris van plan om het instrument van de categoriale bescherming in het vreemdelingenbeleid af te schaffen. INLIA vindt het echter van essentieel belang dat asielzoekers die in het land van herkomst te maken hebben met willekeurig geweld, bescherming krijgen in Nederland. Het categoriale beschermingsbeleid is het instrument bij uitstek in de vreemdelingenwet dat hierin voorziet. Of de Europese kwalificatierichtlijn in de praktijk ook voldoende bescherming biedt voor asielzoekers die afkomstig zijn uit landen waar willekeurig geweld aan de orde van de dag is, is maar zeer de vraag. Veel zal afhangen van hoe de IND deze richtlijn in de praktijk toe zal gaan passen. Bekend is echter dat de IND in de uitvoering van beleid vaak uitgaat van een zeer restrictieve uitleg van dat beleid.
Te lange onzekerheid
Overigens kleven er aan de huidige toepassing van het categoriale beschermingsbeleid ook wel nadelen. In feite betekent een vergunning op grond van het categoriale beschermingsbeleid dat een asielzoeker 5 jaar lang in onzekerheid blijft. Een asielzoeker met een vergunning op grond van het categoriale beschermingsbeleid mag wel werken, studeren en inburgeren, maar diens vergunning kan binnen vijf jaar alsnog worden ingetrokken indien de situatie in het land van herkomst verbeterd. Pas nadat een vergunning op grond van het categoriale beschermingsbeleid is ingetrokken kan een asielzoeker procederen voor een vergunning op een van de andere asielgronden, want pas dan is er volgens de Raad van State een zogenaamd procesbelang. Het komt dus nogal eens voor dat totaal ingeburgerde en werkende of studerende asielzoekers die reeds meer dan 5 jaar in Nederland wonen (waarvan de meeste jaren met een verblijfsvergunning) alsnog het land moet verlaten. Dit terwijl de Vw 2000 juist een einde wilde maken aan het feit dat asielzoekers jarenlang moesten wachten voordat definitief duidelijkheid kon worden geboden.
 
Herstel driejarentermijn
Aanvankelijk ging het in de Vreemdelingenwet 2000 dan ook om een termijn van drie jaren waarbinnen de vergunning op grond van een categoriaal beschermingsbeleid nog kon worden ingetrokken. INLIA is dan ook van mening dat de oorspronkelijke termijn van drie jaren weer gehanteerd zou moeten worden, en dat het asielzoekers met een vergunning op grond van een categoriaal beschermingsbeleid mogelijk moet worden gemaakt om meteen door te procederen voor een asielstatus die hen meer zekerheid geeft. Hiermee wordt voorkomen dat er straks weer een grote groep asielzoekers is die hier jarenlang heeft mogen zijn, zelfs moest inburgeren en vaak ook studeert of werkt, alsnog terug moet keren.
 
Gevolgen voor ongeveer 3000 Irakezen
Deze problematiek wordt thans actueel. In december 2009 heeft de Staatssecretaris namelijk aangekondigd de dossiers van ongeveer drieduizend Irakese asielzoekers met een verblijfsvergunning op grond van het categoriale beschermingsbeleid individueel te zullen gaan herbeoordelen en in voorkomende gevallen de vergunning te zullen intrekken. Inmiddels is bekend dat er al vergunningen zijn ingetrokken.