21 maart 2014

Reden invoering eigen bijdrage medicatie twijfelachtig

Reden invoering eigen bijdrage medicatie twijfelachtig
Minister Schippers van VWS beweert dat de eigen bijdrage van € 5 per receptregel die per 1 januari 2014 voor onverzekerbare vreemdelingen is ingevoerd geen belemmering vormt voor de toegankelijkheid van medisch noodzakelijke zorg. INLIA heeft om onderbouwing van dit standpunt gevraagd, nu blijkt dat het CVZ eventuele eigen bijdragen van vreemdelingen helemaal niet registreert..

Op kamervragen van de leden Leijten en Gesthuizen (SP) over de eigen bijdrage van € 5 per receptregel voor onverzekerbare vreemdelingen heeft minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een opmerkelijk antwoord gegeven. De minister stelt dat de eigen bijdrage van € 5 voor medicatie geen belemmering voor de toegankelijkheid tot de medische zorg inhoudt. Deze stelling baseert zij op de bewering dat het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) zou hebben “vastgesteld dat de gecontracteerde ziekenhuizen er vaak in slagen om met behulp van een betalingsregeling of incassomaatregelen een deel van de vordering te innen”.

Naar aanleiding van deze bewering van de minister heeft INLIA met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) verzocht om inzage in de cijfers met betrekking tot het beroep dat door ziekenhuizen gedaan wordt op de regeling voor onverzekerbare vreemdelingen. Ook werd gevraagd hoeveel onverzekerbare vreemdelingen een deel van de zorgkosten zelf hebben betaald.

Het ministerie van VWS heeft onze vragen ter beantwoording doorgestuurd aan het College voor Zorgverzekeringen. Het CVZ heeft vervolgens geantwoord dat over het jaar 2013 de ziekenhuizen voor 9.898 onverzekerbare vreemdelingen een beroep op deze financieringsregeling hebben gedaan. Dit is een aantal dat op zichzelf de noodzaak voor een dergelijke regeling al aantoont. Het CVZ heeft echter géén antwoord kunnen geven op de tweede vraag, hoeveel vreemdelingen zelf een deel van de kosten hebben betaald. De reden hiervoor is dat het CVZ deze gegevens niet bijhoudt. Er wordt slechts gekeken naar een standaardprijslijst en het feitelijk uitgekeerde bedrag: “Als het ziekenhuis een bijdrage vraagt die lager is dan de prijs uit de standaardprijslijst dan is vermoedelijk sprake van een gedeeltelijke eigen betaling van de onverzekerbare vreemdeling.” Het verschil tussen het standaardbedrag en de feitelijke uitkering wordt overigens niet door het CVZ geregistreerd.

Hieruit blijkt dat het CVZ op geen enkele manier bijhoudt of, en in welke mate, een onverzekerbare vreemdeling zelf een deel van de zorgkosten aan het ziekenhuis betaalt. Het is dan ook de vraag hoe de minister tot de conclusie kwam dat “gecontracteerde ziekenhuizen er vaak in slagen om (…) een deel van de vordering te innen”, nu het CVZ dit helemaal niet bijhoudt. De Stichting INLIA heeft de minister daarom per brief d.d. 14 maart 2014 om opheldering gevraagd. Deze brief van INLIA is inmiddels ook geagendeerd voor het Algemeen Overleg 'Medische zorg voor vreemdelingen' van de Vaste Commissie voor Veiligheid en Justitie van de Tweede Kamer met staatssecretaris Teeven op 2 april 2014.


Meer informatie:
De antwoorden van de minister van VWS d.d. 17 december 2013 op de vragen van de Kamerleden Gesthuizen en Leijten (SP) ingediend op 28 november 2013
Het antwoord van het College voor Zorgverzekeringen d.d. 18 februari 2014 op het WOB-verzoek van INLIA
De brief van INLIA aan de minister van VWS d.d. 14 maart 2014

Lees ook:
25-11-13 Eigen bijdrage voor medicatie onverzekerbare vreemdelingen per 1-1-2014
Kiezen tussen eten of medicijnen’, een artikel in de rubriek 'Artikelen voor uw kerkblad'
Noodhulp: medische zorg voor onverzekerbare vreemdelingen