Dossier Leges


Al jarenlang zet INLIA zich samen met andere organisaties in voor verlaging van buitensporig hoge legestarieven. Daarvoor bestond een aantal jaren een Werkgroep Tegen de Legesverhogingen, waarin ook INLIA participeerde, die zich ten doel had gesteld langs politieke en/of juridische weg te bereiken dat de Rijksoverheid de leges voor het aanvragen van diverse soorten verblijfsvergunningen zou verlagen tot een redelijk bedrag.

Mede op grond van Europese richtlijnen is een aantal bedragen inmiddels wel verlaagd, maar dat geldt niet voor situaties die niet door Europese regelgeving worden beïnvloed, zoals bijvoorbeeld naturalisatie (het Nederlanderschap aanvragen); dit kost € 866 per persoon of € 1105 voor een echtpaar.

Schrijnendheid en buiten-schuld

Het aanvragen van een een verblijfsvergunning op basis van het 'buiten-schuld' criterium kost € 321 per persoon; voor een gezin van 4 personen kan dat dus al oplopen tot € 1284. Voor 'bijzondere omstandigheden' (dat wil zeggen 'schrijnendheid') is het tarief zelfs € 1016 per persoon.

Advies van INLIA is echter om dergelijke aanvragen eerst ambtshalve proberen te laten toetsen en niet zelf een aanvraag in te dienen. Voor het toepassen van het 'buiten-schuld' criterium moet de Dienst Terugkeer & Vertrek toch ook al worden gevraagd te bemiddelen bij het verkrijgen van reisdocumenten. Voor schrijnendheid is ons advies de burgemeester te vragen een verzoek bij de staatssecretaris in te dienen om toepassing van de discretionaire bevoegdheid. In beide gevallen is dan geen leges verschuldigd.

Medische behandeling

Het aanvragen van een verblijfsvergunning wegens medische behandeling kost € 1016, maar is gratis als de aanvraag volgt op een jaar lang uitstel van vertrek wegens medische redenen (artikel 64 van de Vreemdelingenwet). Het advies van INLIA is dus om altijd eerst toepassing van art. 64 te vragen. Dat geeft bij toewijzing ook weer recht op opvang en een uitkering van het COA.

Soms vragen artsen een vergoeding voor het opstellen van een medische verklaring of het verstrekken van een afschrift van het medisch dossier ten behoeve van een art. 64 procedure. De arts kan deze kosten in rekening brengen bij de IND als de stukken opgevraagd zijn in het kader van een procedure bij de IND of als de arts vragen heeft beantwoord aan de hand van het formulier van de IND.  Wanneer de arts door de advocaat van een asielzoeker wordt benaderd met eigen vragen, dan kan de arts de kosten in rekening bij de advocaat, en dus bij de asielzoeker.

Verlenging van 'pardon'-vergunningen

Asielzoekers die in 2007 een status kregen op grond van het zogenaamde 'generaal pardon' (formeel: een verblijfsvergunning op grond van de 'Regeling Afwikkeling Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet' of RANOV) moeten elke 5 jaar hun tijdelijke vergunning verlengen. In 2013 kon dat kosteloos, maar voor de verlenging per 15 juni 2018 vraagt de IND nu € 355 per persoon.

Er is evenwel een mogelijkheid om aan deze hoge kosten te ontkomen, namelijk door het aanvragen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als langdurig ingezetene van de EU. Hiervoor geldt in principe de eis dat de aanvrager een paspoort moet overleggen, maar als dat niet mogelijk is moet automatisch worden getoetst of de aanvrager dan wel in aanmerking komt voor verlenging van de huidige verblijfsvergunning.

De legeskosten voor het aanvragen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd bedragen € 161 per persoon (en € 51 voor minderjarigen). Het is daarom aan te raden niet de huidige RANOV-vergunning te verlengen maar een aanvraag voor een vergunning voor onbepaalde tijd in te dienen. Die status biedt bovendien ook iets meer rechtszekerheid en de periodieke vernieuwing van een dergelijk verblijfsdocument is ook minder kostbaar.

Op deze webpagina van de IND staan alle actuele legestarieven (per 3 mei 2018).

 

Nieuwsberichten over leges:

 

01-02-18  Verlenging pardonvergunning: de kosten en een alternatief
04-03-16  Klacht INLIA over hoogte legeskosten naturalisatie