• Gemeentehuis2-thumb
    INLIA - partner van gemeenten
  • College_rvdm_vz_mw_l_koster-thumb
    "Bed-bad-brood is de absolute ondergrens; daar onderhandel je niet over" (mr Laurien Koster, voorz College voor de Rechten van de Mens)
  • Zanen_jan_van_bm_utrecht-thumb
    "Openbare orde, daar ben ìk van en niet de staat" (burgemeester Jan van Zanen van Utrecht, 26/9/14)
  • Jos_wienen_bm_katwijk-thumb
    "We moeten voorkomen dat mensen creperen" (Jos Wienen, burgemeester van Haarlem en voorz Platform Asiel v/d VNG)
  • Victor_everhardt_wethouder_gem_utrecht-thumb
    "Dit is geen bestuurlijke ongehoorzaamheid maar onze eigen verantwoordelijkheid" (wethouder Victor Everhardt, Utrecht)
  • Tri_uit_wageningen_kinderpardonpas-thumb
    "Ze zeggen dat het terugsturen is, terwijl het eigenlijk wégsturen is" (Tri uit Wageningen, 11 jaar, afgewezen voor het kinderpardon)
Rechtbanken oordelen over inhoud BBB-voorzieningen (30-01-15) 



Rechtbank_zeeland-west-brabant_logo-thumb
Centrumgemeenten zijn op grond van uitspraken van het ECSR en de CRvB verplicht een sobere vorm van opvang te bieden aan dakloze vreemdelingen. Enkele rechtbanken hebben zich inmiddels uitgesproken over de vraag hoe die sobere opvang (‘bed, bad, brood’) er in specifieke, individuele gevallen uit zou moeten zien.


Naar aanleiding van uitspraken van zowel het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR) van 1 juli 2014 als de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 17 december 2014 is duidelijk geworden dat centrumgemeenten een vorm van opvang voor dakloze asielzoekers moeten bieden. In enkele gemeenten worden al stappen gezet om deze vreemdelingen daadwerkelijk op te vangen. Veel andere gemeenten worstelen echter nog met de manier waarop een dergelijke opvang ingericht moet worden en hoe deze opvang gefinancierd moet worden.
 
Staatssecretaris Teeven heeft, na zich tot nu toe steeds verzet te hebben tegen opvang voor dakloze vreemdelingen, onlangs (in een brief aan de Tweede Kamer d.d. 20 januari 2015) aangegeven nu toch een financiële compensatie aan gemeenten beschikbaar te stellen. Over de vorm en hoogte van deze compensatie blijft hij echter expliciet onduidelijk.
 
Door deze onzekere situatie, en doordat centrumgemeenten op dit moment nog niet gecompenseerd worden voor wat in feite opvang in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is, is de huidige BBB-opvang vaak erg sober. De bedoelde doelgroep, dakloze vreemdelingen, bestaat echter voor een niet onbelangrijk deel uit personen met specifieke medische of psychiatrische behoeften. De vraag in hoeverre de huidige BBB-opvang aan deze behoeften tegemoetkomt is inmiddels voorgelegd aan verschillende rechters. Voorzieningenrechters van de rechtbank Gelderland (zittingsplaats Arnhem) en Zeeland-West-Brabant (zittingsplaats Breda) hebben zich hier recent over uitgesproken.
 
Op 16 januari 2015 boog de Rechtbank in Breda zich over de opvangvoorziening in de gemeente Tilburg. Een vreemdeling die inmiddels gebruik maakt van de aan hem aangeboden opvang vroeg de rechtbank of deze voorziening voldoende op zijn persoonlijke situatie was afgestemd. Om deze vraag goed te kunnen beantwoorden is volgens de rechter meer informatie en een diepere toetsing noodzakelijk. Omdat deze vreemdeling op dit moment al wel onderdak heeft was de voorzieningenrechter van oordeel dat deze zaak onvoldoende spoedeisend belang heeft om nu al een uitspraak over te doen. Wel adviseert de rechter de betrokken gemeente een medisch adviseur in te schakelen om de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling afdoende te kunnen inschatten.
 
Ook de Rechtbank Arnhem heeft, en wel op 22 januari 2015, een uitspraak gedaan over dit onderwerp. Ook hier verbleef de betrokken vreemdeling reeds in de hem aangeboden BBB-opvang (in dit geval in de gemeente Nijmegen). In deze zaak was de rechter echter van oordeel dat deze voorziening op voorhand al niet toereikend was, omdat er op deze locatie “(nog) geen douches, slechts drie kranen, waarvan één met warm water” aanwezig waren. Bij deze vreemdeling is ook sprake van ernstige psychiatrische problemen. Om deze reden stelt de vreemdeling in een bijzondere kwetsbare situatie te verkeren in de zin van artikel 8 EVRM. Deze combinatie van factoren leidt er volgens de rechter toe dat er in dit geval (in afwachting van een definitief oordeel) naast ontbijt en een avondmaaltijd ook een eigen kamer met douchegelegenheid ter beschikking moet worden gesteld.
 
Deze uitspraken maken duidelijk dat een sobere BBB-opvang lang niet altijd afdoende is en dat gemeenten in alle gevallen rekening moeten houden met specifieke (medische of psychiatrische) omstandigheden van de betrokken vreemdeling.
 
 
Meer informatie:
De uitspraak van de rechtbank Breda van 16 januari 2015 (zaaknummer BRE 14/7493 VV)
De uitspraak van de rechtbank Arnhem van 22 januari 2015 (zaaknummer 14/9024)

Lees ook:
20-01-15  Gemeenten krijgen toch vergoeding voor opvang dakloze vreemdelingen
30-12-14  Rechtbank Utrecht: staatssecretaris moet bed, bad en brood verstrekken
17-12-14  Uitspraak CRvB verplicht centrumgemeenten bed, bad en brood te bieden
10-11-14  Nederland schendt basisrecht op voedsel, kleding en onderdak


 
 
Deel