• Gemeentehuis2-thumb
    INLIA - partner van gemeenten
  • Schouw_gerard_tk-lid_d66-thumb
    "De staatssecretaris stuurt aan op burgemeestersbonje" (Tweede Kamerlid Gerard Schouw, 30/9/14)
  • Zanen_jan_van_bm_utrecht-thumb
    "Openbare orde, daar ben ìk van en niet de staat" (burgemeester Jan van Zanen van Utrecht, 26/9/14)
  • Jos_wienen_bm_katwijk-thumb
    "We moeten voorkomen dat mensen creperen" (Jos Wienen, burgemeester van Katwijk en voorz Platform Asiel v/d VNG)
  • Victor_everhardt_wethouder_gem_utrecht-thumb
    "Dit is geen bestuurlijke ongehoorzaamheid maar onze eigen verantwoordelijkheid" (wethouder Victor Everhardt, Utrecht)
  • Tri_uit_wageningen_kinderpardonpas-thumb
    "Ze zeggen dat het terugsturen is, terwijl het eigenlijk wégsturen is" (Tri uit Wageningen, 11 jaar, afgewezen voor het kinderpardon)
Klacht INLIA over hoogte legeskosten naturalisatie (04-03-16) 



Bankbiljetten-thumb
Het bezit van een Nederlands paspoort is een cruciale voorwaarde voor volledige integratie in de Nederlandse samenleving. De buitensporig hoge legeskosten vormen echter voor veel statushouders een groot obstakel. INLIA diende daarover een klacht in bij de staatssecretaris.
 
Het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit zou het sluitstuk moeten zijn van het integratieproces van vergunninghouders, maar veel mensen die in aanmerking komen voor naturalisatie worden geconfronteerd met buitensporig zware eisen. Eerder berichtten wij al over het paspoortvereiste, maar ook de legeskosten van € 840 voor een dergelijke aanvraag blijken vaak een groot, zo niet onoverkomelijk obstakel voor diegenen die van een minimum inkomen moeten rondkomen. Van vergunninghouders wordt dus enerzijds verwacht dat zij in de Nederlandse samenleving integreren, maar anderzijds wordt dit hen in veel gevallen onmogelijk gemaakt.
 
Om het kabinet met deze tegenstrijdigheid te confronteren heeft INLIA op 18 januari 2016 een klacht over de hoogte van de leges voor naturalisatie ingediend bij verantwoordelijk staatssecretaris Dijkhoff. Hierbij is hij gewezen op de omstandigheid dat een groot deel van de vergunninghouders leeft van ofwel een uitkering ofwel een minimaal inkomen, zoals recent ook in de media is belicht. De kosten van naturalisatie betreffen overigens niet alleen de leges zelf; voor de aanvraag moeten ook documenten worden verzameld waaruit de identiteit van de vergunninghouder blijkt, zoals een paspoort en een geboorteakte uit het land van herkomst. Het opvragen en verzamelen van dergelijke documenten kost de vergunninghouders ook al snel enkele honderden euro’s. Daar komt vaak nog bij dat voorafgaande aan naturalisatie eerst nog de leges voor de verlenging van de tijdelijke verblijfsvergunning of een verblijfsvergunning 'voor onbepaalde tijd' (€ 156) voldaan moet worden. 
 
In 2012 is Nederland al veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vanwege de hoge tarieven van legeskosten bij gezinshereniging. Hierbij gaf het Hof aan dat rekening zou moeten worden gehouden met de inkomenspositie van de betrokkenen. Principieel vond het Hof dat legeskosten geen belemmering moeten vormen om je recht te kunnen krijgen. Vraag aan de staatssecretaris is dan ook waarom bij naturalisatie niet is gekozen voor een vergelijkbaar principe. Helemaal nu het kabinet publiekelijk altijd aangeeft veel belang te hechten aan de integratie van vreemdelingen.
 
Ter vergelijking: ons omringende landen rekenen aanzienlijk lagere kosten voor naturalisatie, zoals Duitsland (€ 255), België (€ 200), Frankrijk (€ 55), Zweden (± € 160) en Italië (€ 200). Het aanvragen van een paspoort voor Nederlandse burgers kost ook slechts ongeveer € 65. De kosten die Nederland voor naturalisatie in rekening brengt zijn dus uitzonderlijk hoog.
 
Op 25 februari 2016 heeft het Ministerie van Veiligheid en Justitie geantwoord dat vooral de mate van kostendekking leidend is als het gaat om de hoogte van de leges. Verder wordt gewezen op de lagere kosten voor asielstatushouders (€ 625) en meervoudige aanvragen. Leges voor kinderen worden gemakshalve doorberekend in het gemiddelde, zodat een gezin met twee kinderen per persoon slechts € 330 zou moeten betalen. Dat dit nog steeds een bedrag van € 1320 (!) is, dat voor een gezin dat van een minimum inkomen moet rondkomen nauwelijks op te brengen is, wordt door het ministerie niet gezien als probleem. De minister "is van oordeel dat de naturalisatieleges voor de aanvrager betaalbaar zijn". Het gaat immers om kosten met "een eenmalig karakter" die de aanvragers "gedurende lange tijd kunnen zien aankomen en waarvoor zij indien nodig kunnen sparen".


Meer informatie:
De brief van INLIA van 18 januari 2016 en het antwoord van het Ministerie van Veiligheid en Justitie van 25 februari 2016

Lees ook:
Over naturalisatie:
18-11-15  Naturalisatie pardonners blijft problematisch
05-11-15  Naturalisatie etnische Armeniërs uit Azerbeidjan vereenvoudigd
17-06-15  Raad van State steunt harde lijn IND bij naturalisatie pardonners
29-07-14  Teleurstellende brief Teeven over naturalisatie van pardonners
07-01-14  Van alle pardonners kan 82% niet naturaliseren

Over legeskosten bij gezinshereniging:
18-01-13  Leges gezinsvorming en -hereniging eindelijk fors verlaagd
19-10-12  Raad van State: leges gezinshereniging omlaag
01-05-12  Minister opnieuw op de vingers getikt over te hoge leges
16-01-12  EHRM: hoge leges mag recht op gezinsleven niet belemmeren
 
Deel

Plaats reactie

Naam
E-mail
Bericht
Lees de spelregels